Het is – geloof ik – de tweede keer dat ik een Ottobre magazine koop. Ottobre is een Fins naaimagazine en wordt uitgebracht in acht talen. Zo goed als alle modellen zijn beschikbaar in de maten 34 tot 52. In de editie herfst/winter 2016 stond er een T-shirt met korte mouwen waar ik wel wat in zag.

Het model in het magazine dat de naam “Vintage Lines” meekreeg, is uitgevoerd in ribtricot, maar ikzelf wou er iets feestelijker van maken door te kiezen voor een polyester jersey met lurex. “Vintage Lines” is een modelletje, dat heel veel potentieel heeft. Ik bedoel hiermee dat het kan uitgevoerd worden in heel uiteenlopende stofsoorten, mijn inziens. Het is ook een project waar de onervaren naaister zich kan aan wagen en kan oefenen met tricot of jersey, stretchsteken en de overlock ;).

Histoires de Couture - Naaitips : T-shirt in glitter jersey - Ottobre herfst/winter 2016

Histoires de Couture - Naaitips : T-shirt in glitter jersey - Ottobre herfst/winter 2016

 

De benodigdheden.

Ik wilde graag maatje 34 van deze T-shirt maken en volgens de werkbeschrijving heb ik daarvoor 90 cm tricot nodig. De patroondelen voor maatje 34 kon ik toch uit 70 cm van de polyesterjersey met glitters halen, die 150 cm breed is.

Verder vraagt de werkbeschrijving ook om Framilon te voorzien, voor het verstevigen van de schoudernaden. Aangezien ik hier geen Framilon in de buurt heb, zal de Framilastic van Vlieseline de klus maar moeten klaren. Framilon en Framilastic zijn eigenlijk hetzelfde product, van de hand van verschillende producenten.

Aan de patroondelen voorzie ik een naadwaarde van 1 cm; voor de zoom van het lijfje heb ik op het patroonpapier 2 cm zoom aangetekend. De korte mouwen kregen een zoom van 1 cm.

 

De constructie van het T-shirt.

De voorbereiding van naden en zomen.

Vooraleer van start te gaan met het aanéénzetten van de verschillende panden, leek het mij verstandig om eerst de naden en de zomen die zichtbaar blijven langs de binnenkant van het T-shirt af te werken met een overlocksteek. De zomen van de mouwen en die van het voor- en achterpand, samen met de schoudernaden van het voor- en achterpand werden eerst door mijn overlock gehaald. Ook de lange zijden van de halsboorden heb ik eerst overlockt.

De werkbeschrijving vraagt om – bij het aaneenzetten van de schoudernaden – een versteviging te voorzien langs de goede kant van het achterpand. In dat geval zit de versteviging in de naadwaarde en niet IN de naad. Aangezien ik graag de versteviging mee verwerk IN DE NAAD, kan ik de Framilastic niet langs de goede kant van het achterpand pinnen. Nadat ik het voorpand en het achterpand via de schoudernaden aan mekaar heb gepind – de goede kanten op mekaar – heb ik op de verkeerde kant van het achterpand – ter hoogte van de naad die zo dadelijk zal gestikt worden – een reep Framilastic van 6mm gepind, die even lang is als de schoudernaad.

 

De naden van dit hele project moeten gestikt worden met een rekbare steek : een smalle zigzagsteek of een stretchsteek.

De brede halsboord.

Daarna is het tijd om de halsboord aaneen te zetten. Omdat de halsboord vrij breed is – wat ik een prachtig detail vind aan dit T-shirt – is in de patroondelen van de halsboord een mooie kromming voorzien die naadloos aansluit op de glooiing in de nek. De voorste en achterste halsband worden met een rekbare steek via hun zijnaden aaneengestikt tot een cirkel. Daarna strijk je deze naden open.

 

Eens de cirkel van de halsboord rond is, is het een goed idee om hem eerst in vorm te persen. Je vouwt de halsboord dubbel, de goede kant van de stof naar buiten, en je perst hem voorzichtig in vorm.

Om de halsboord nu aan de halsopening van het lijfje te stikken, speld en stik je één kant van de halsboord op de panden – de goede kanten op mekaar. Denk eraan dat je het voorpand van de halsboord (die langer is dan het achterpand van de halsboord) op het voorpand van het lijfje speldt en dat je het rugdeel van de halsboord op het achterpand speldt. Let er ook op dat de zijnaden van de halsboord mooi aansluiten op de schoudernaden van het lijfje.

Als de halsboord via één zijde aan de halsopening van het lijfje is gestikt, kan je de halsboord naar binnen plooien, langs de vouw die we er zonet hebben ingeperst.

Het binnenste gedeelte van de halsboord wordt vastgezet aan de halsopening van het lijfje via een stretchsteek IN de naad van de halsboord. Daarvoor spelden we de halsboord netjes rond de halsopening en persen we deze naad voorzichtig open zodat de stiklijn die we zo dadelijk nodig hebben duidelijk zichtbaar wordt.

In de werkbeschrijving vragen ze je de halsboord met een tweelingnaald vast te stikken, maar ik heb de halsband vastgestikt IN de naad met een sier-stretchsteek.

 

De mouwen.

De zomen van de korte mouwen had ik al overlockt bij de voorbereiding van de delen en vooraleer ik de mouwen ga vaststikken aan de panden, wil ik eerst de zoom afwerken. Nadat ik de zoom 1 cm naar binnen heb gestreken, heb ik de zoom vastgestikt met een rekbare siersteek. Op mijn Singertje heb ik wat variatie in stretchsteken en voor de afwerking van zomen gebruik ik die nogal vaak. In de werkbeschrijving vragen ze je te werken met een tweelingnaald, maar een fijne sier-stretchsteek vond ik in dit geval mooier.

Als de zomen zijn vastgezet, en voor je de mouwen aan de panden kan zetten, moet je in de mouwkoppen eerst nog een stolpplooi maken. Als je de markeringen van het patroon goed hebt overgenomen, is dit een fluitje van een cent. Zowel links als rechts van het midden van de mouwkop, plooi je een stukje stof dubbel en je vouwt deze beide naar het midden. De foto’s hieronder zou dit moeten verduidelijken.

 

Eens de stolpplooi vastgepind, is het heel handig om deze plooi eerst in vorm te stikken. Dat doe je IN de naadwaarde, dus op 0,75 cm van de rand van de mouwkop.

Als de plooi is gestikt, kunnen de kopspelden eruit en kunnen we de mouwen aan de panden spelden, de goede kanten op mekaar. Je let erop dat de voorzijdes van de mouwen aan de voorpanden van het lijfje worden gespeld. Je stikt de mouwen met een stretchsteek aan de panden; daarna werk je deze naad samengenomen af met een overlocksteek of een zigzagsteek.

De zijnaden en de zoom.

Als de mouwen zijn vastgenaaid, dan kunnen we de zijnaden van het lijfje en de mouwen in één beweging stikken. De zijnaden haal je samengenomen door de overlock om ze af te werken en je strijkt ze naar het achterpand toe. Ter hoogte van de mouwzomen pers je deze naad goed plat en zet hem met een klein stiksel vast aan de zoom van de korte mouwen.

De zoom van het lijfje strijk je 2 cm om naar binnen en stik je vast met een stretchsteek. In de werkbeschrijving vragen ze je opnieuw om dit te doen met een tweelingnaald, maar voor dit klusje gebruikte ik dezelfde sier-stretchsteek die ik voor de halsboord en de mouwzomen heb gebruikt.

 

Aanpassingen.

Eens het shirt afgewerkt, bleek één detail toch niet geheel naar mijn zin. Door de stolpplooi in de mouwkoppen, stonden deze korte mouwtjes te wijd open en in dit modelletje was het echt geen zicht.

Op de foto’s in het magazine zie je de mouwtjes niet gapen, of het is op zijn minst niet echt duidelijk. De stofkeuze kan hier – mijn inziens – ook de verklaring niet voor zijn.

Nadat ik op zoek was naar verschillende mogelijkheden om dit korte mouwtje toch beter te laten aansluiten op de bovenarm, zonder het hele project te moeten lostornen of te moeten overdoen, passeerden verschillende mogelijkheden de revue.

Ik kon nog eens werken met de Framilastic uit de schoudernaden en er een rimpeltje insteken; of er een rimpeltje in verwerken met rimpelelastiek.

Opeens bedacht ik dat ik gewoon een tweede stolpplooi kon maken op de zoom van de mouw.

Deze tweede stolpplooi heeft perfect geleid tot het gewenste resultaat en met een minimum aan aanpassingen aan het originele model. Happy me ;).

De aangepaste mouw met een stolpplooi in de zoom.
De aangepaste mouw met een stolpplooi in de zoom.

 

 

Advertenties