Tutorial : Confusing pattern – Shirt 107 Burda 02/2018

In de Burda van februari 2018 werd een geweldig “super easy” patroon opgenomen : een asymmetrisch shirt met lange mouwen dat losjes rond het bovenlichaam valt en strak zit rond de taille en de heupen. Shirt 107 zou dus nog deze week van onder mijn naaimachine rollen … .

 

Benodigdheden.

Omdat het shirt asymmetrisch is kunnen de panden dus niet op een stofvouw worden geknipt. Ook de mouwen zijn aangeknipt, dus ook om die reden kunnen de panden niet op een stofvouw worden geknipt (de stofbreedte laat dat doorgaans niet toe).

Ieder pand moet dus uit één enkele stoflaag worden geknipt.

Voor de uitvoering in maatje 36 van dit shirt heb ik nodig :

  • 1,90 meter elastische stof – ik koos voor een jersey ‘fine bouclé’, een goed elastische tricotstof met een klein beetje structuur in;
  • Garen en overlockgaren in een bijpassende kleur.
  • Tweelingnaald

 

 

Constructie van het shirt.

Het patroon : er klopt hier iets niet ! Of toch ?.

Het shirt wordt samengesteld op basis van twee patroondelen : een voorpand en een achterpand die elk één aangeknipte mouw hebben !?! Hoe kunnen we hieruit in godsnaam een draagbaar shirt halen ?

 

De patroondelen van het shirt 107.

 

Nadat ik de patroondelen netjes heb overgenomen van de patroonbladen krijgen alle randen eerst naad- en zoomwaarde :

De onderrand van het shirt krijgt 3 cm zoomwaarde, net als de onderrand van de mouwen. Voor de halsrand heb ik 1,5 cm naadwaarde voorzien; alle andere randen krijgen 1 cm naadwaarde.

Als dat gebeurd is begin ik ineens toch in te zien hoe dit shirt in mekaar zit.

 

De naden.

Alleen op de inzetnaad van de linkermouw zit een merkteken, dus je begint best hier. Met de goede kanten op mekaar leg je het voorpand op het achterpand, de naadcijfers 1 (aan de halsrand) op mekaar en de merktekens – die halverwege deze mouwnaad zitten – op mekaar. Je stikt deze naad met een overlocksteek op de overlockmachine of met een rekbare steek of zigzagsteek op een gewone naaimachine. Als je de naad hebt gestikt met een stretch- of zigzagsteek, dan hoef je de naden niet per se af te werken; jersey of tricot rafelt niet uit.

 

De linker inzetnaad van het shirt.

 

 

Daarna draai je het shirt zò dat je de inzetnaad van de rechtermouw kan stikken. Op deze inzetnaad zijn geen merktekens voorzien, dus je legt de naadcijfers 2 (aan de halsrand) op mekaar en stikt simpelweg de hele naad in één beweging tot aan het einde.

 

De rechter inzetnaad van het shirt.

 

Als de twee inzetnaden van de mouwen zijn gestikt, dan moet je het shirt zò draaien dat je de ondermouwnaden en de zijnaden in één beweging kan stikken. Het is in deze fase dat je héél duidelijk kan zien hoe het ontwerp van het shirt in mekaar zit en hoe géniaal de patroondelen op mekaar aansluiten.

Vóór ik de ondermouwnaden en de zijnaden ga sluiten, vind ik het handiger om eerst de mouwzomen af te werken. De onderrand van de mouwen overlock ik vooraf met de overlock, ik strijk ze 3 cm naar binnen en met een dubbel stiksel van een tweelingnaald zet ik de zoom vast.

 

Vooraleer de ondermouwnaden te sluiten is het vaak handig eerst de mouwen om te zomen.

 

Als de mouwzomen vastzitten keer je het shirt zò dat je de zijnaden en de ondermouwnaden – met de goede kanten op mekaar – op mekaar kan spelden. Je stikt ze met één vlotte stiklijn aan mekaar met een overlock-, stretch- of fijne zigzagsteek.

 

De zomen.

De onderrand van het shirt en de hele halsrand werk ik eerst af met een overlocksteek voor een cleane look aan de binnenkant. Daarna strijk ik de zoom 3 cm naar binnen en zet hem met een dubbel stiksel van de tweelingnaald vast. De halsrand strijk ik 1,5 cm om naar binnen en ook deze zet ik vast met een dubbel stiksel van de tweelingnaald.

 

 

Werken met een tweelingnaald.

Als je de zoom en de mouwen van je shirt wil afwerken met een dubbel stiksel van een tweelingnaald, dan kies je voor de cleane nette look zoals je die op confectiekleding terugvindt.

Een tweelingstiksel om de zoom van je shirt vast te zetten zorgt er ook voor dat deze rand voldoende kan blijven meerekken. Aan de goede kant van het werk krijg je twee evenredig lopende rechte stiklijnen, aan de verkeerde kant van het werk zie je een zigzagsteek

 

De stiklijn die je maakt met een tweelingnaald : links de verkeerde kant; rechts de goede kant.

 

Je zou een tweelingstiksel ook best kunnen vervangen door een stretch-siersteek, maar dat is een mogelijkheid die oudere naaimachines niet bieden. Een fijne zigzagsteek is ook een prima alternatief om een zoom elastisch te houden. Je gebruikt hier beter geen rechte stretchsteek, daar gaat je zoom een beetje van golven.

Om je zoom te voorzien van een dubbel stikstel met de tweelingnaald heb je het volgende nodig :

 

Zo ziet een tweelingnaald er uit.

 

  • twee bobijntjes en één spoeltje Het garen op de bobijntjes past het best bij de stof van je project; het garen op het spoeltje stem je af op de kleur van je overlockgaren (als je de binnenrand zou hebben afgewerkt met een overlocksteek). In de meeste gevallen heb je 2 bobijntjes en een spoeltje garen in één en dezelfde kleur;

 

 

  • als je geen twee bobijntjes garen in dezelfde kleur hebt, dan kan je een beetje garen op een tweede spoeltje winden. Precies voldoende om alle zomen van een dubbel stiksel te kunnen voorzien;

 

Een van de spoeltjes zal dienst doen als bobijntje om de machine mee in te rijgen.

 

  • duw de tweelingnaald niet helemaal tot boven in de naaldhouder, maar laat hem een beetje zakken. Test een paar keer op een proeflapje welke diepte het beste resultaat geeft. Als je naald niet goed zit zal je zien dat de machine steken overslaat;
  • kies voor een lange/grote steeklengte;
  • soms zal je de bovenspanning van de machine moeten verlagen.
  • je rijgt eerst de draad van het eerste bobijntje in de machine en haalt hem door één van de ogen van de tweelingnaald;

 

Het garen van het eerste bobijntje rijg je in zoals je dat gewoonlijk zou doen.

 

  • daarna rijg je het garen van het tweede bobijntje door de machine en haalt hem door het andere oog van de tweelingnaald;

 

Het garen van het tweede bobijntje/spoeltje rijg je precies in zoals het garen van het eerste bobijntje.

 

  • helemaal ingeregen ziet de machine er zó uit :

 

  • De afgewerkte parallelle stiklijn ziet er dan zo :

 

Dit shirt zit werkelijk op een wip in mekaar. Eens je je over de verwarring van de éne aangeknipte mouw aan elk pand hebt gezet en inziet hoe de panden op mekaar aansluiten, is het een droom om dit shirt in mekaar te zetten.

 

 

Stofadvies.

Het ontwerp van het shirt laat eigenlijk alleen stoffen toe waar behoorlijk wat elasticiteit inzit. Kies dus geen stoffen die niet voldoende meerekken in de breedte. De stof mag ook niet te dik of te zwaar zijn maar moet licht genoeg zijn om mooi rond het lichaam te kunnen draperen.

 

Styling tips.

Door het model hangt de stof zo’n beetje rond je lichaam gespannen; vrij losjes op het bovenlichaam, zoals je van een doorsnee shirt zou verwachten; ietsje strakker rond de taille en de heupen. Dat vind ik net zo fijn aan dit ontwerp. Ook de aangeknipte mouwen geven het shirt een heel stijlvolle “batwing”. Het shirt is vrij lang, maar je kan hem een beetje inkorten door de stof op de taille wat te rimpelen. Op die manier kunnen de curvy dames ook een buikje verdoezelen. En dàt camouflage-effect kan je versterken door voor het shirt een stof te kiezen met een drukke print.

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties