Naaitips : De Stella top van La Maison Victor 06/2016

De Stella top, alweer een eenvoudig en elegant ontwerp van La Maison Victor. En uitgevoerd in satijn, in héél modieuze kleurtjes ! Misschien mis ik vaak het één en ander, maar ik heb het gevoel dat de meeste dames niet graag met satijn werken. Ik persoonlijk wel, omdat soepel satijn zich gemakkelijk laat verwerken en het je ontwerp altijd een ietwat luxueuzere uitstraling geeft. Ik was nog op zoek naar een leuke top voor op mijn cirkelrok, en hopla, daar stond ie dan : de Stella top in de net binnengewaaide editie van La Maison Victor.

 

Benodigdheden.

Ik wil graag maatje 34 maken en daarvoor heb ik de volgende benodigdheden nodig – volgens de werkbeschrijving :

  • 120 cm satijn van 140 cm breed : check
  • Naaigaren : check
  • Drukknoop : houd ik nog in beraad
  • Max. 65 cm plakvlies : te schrappen, ga ik niet gebruiken
  • Zoomvlies : te schrappen, ga ik ook niet gebruiken
  • Persoonlijke toevoeging I : paars overlockgaren check
  • Persoonlijke toevoeging II : Microtexnaalden check

Voor de stof kies ik een bruinpaarse polyestersatijn, die heel soepel is en een subtiele glans heeft.

Aangezien de patroondelen asymmetrisch zijn en de top vrij breed is (door het watervaleffect in de rechtmouw), moet er nogal gepuzzeld worden om de panden van het lijfje over te tekenen. Alle aansluitingspunten van de onderdelen van de panden zijn wel duidelijk aangegeven, dus ik heb hier geen moeite mee gehad.

Omwille van de asymmetrie in het ontwerp, wordt geen enkel patroondeel op een stofvouw gelegd en worden alle onderdelen uit één stoflaag geknipt.

Voor de rechtermouw staan op de patroondelen twee randen met een accolade ertussen. Beide lijnen moeten overgenomen worden : de buitenste is de buitenrand van het pand, de binnenste lijn is een vouwlijn. Deze twee centimeter tussen de accolades + één centimeter naadwaarde (totaal dus 3 cm) zal straks op beide panden naar binnen moeten gevouwen worden op de binnenste lijn.

 

De constructie van de top.

Naden en zomen.

Voor de zoom van het voorpand en het achterpand moet 3 centimeter aangetekend worden; alle andere randen krijgen een naadwaarde van 1 centimeter mee. Ook de rand van de rechtermouw die straks naar binnen wordt gevouwen en ook de randen van het halsbeleg (de delen C en D).

Het is ook niet onbelangrijk om alle aangegeven markeringstekens over te nemen.

Ik had er in eerste instantie ook aan gedacht om op de patroondelen de plooien op de rechterschouder al aan te geven, maar dat heeft in deze fase totaal geen zin.

Om te beginnen heb ik het mijzelf gemakkelijk gemaakt en heb ik de eerste instructie van de werkbeschrijving gevolgd en alle aangegeven randen en naden van het voor- en achterpand én de belegdelen van de hals met de overlock afgewerkt. Alleen de halsnaden en mouwnaad van de linkermouw van de panden én de belegdelen blijven onafgewerkt.

 

 

Eerst stikken we het voorpand A aan het achterpand B via de schoudernaden. We stikken het halsbeleg voor (C) aan het halsbeleg achter (D) via de schoudernaden. Daarvoor leggen we deze delen met de goede kanten op mekaar en stikken we met een rechte steek en gemiddelde steeklengte. Voor het stikken van deze polyestersatijn gebruik ik graag een microtexnaald 60. Deze geeft de fijnste perforaties. Als alle schoudernaden zijn gestikt, moeten ze netjes worden opengestreken.

 

Het halsbeleg.

Het halsbeleg wordt aan het lijfje van de top gestikt met een rechte steek en bij voorkeur een fijne microtexnaald. Je legt de goede kanten van het halsbeleg op de goede kanten van de panden van het lijfje en zorgt ervoor dat de schoudernaden op mekaar liggen en dat alle merktekens aansluiten (middenvoor en middenachter).

Eens het halsbeleg vastgestikt, heb ik in de naadwaarde van de hals driehoekjes uitgeknipt, zodat de stof daar niet kan gaan trekken eens het beleg is omgestreken naar de binnenkant. Hoe krommer de naad, hoe meer nood aan knipjes in de naadwaarde. In het achterpand heb ik alleen tegen de schouders een viertal knipjes gegeven.

 

Daarna moet het beleg worden doorgestikt op de naadwaarde. Daarvoor strijk je best langs de verkeerde kant van de stof de naadwaarde richting beleg. Om deze naad mooi plat te krijgen leg je daarna het werkje met de goede kant van de stof naar boven en pers je nog eens goed de naadwaarde onder het beleg. Het halsbeleg wordt op de onderliggende naadwaarde gestikt op 2mm van de naad.

 

Eens het halsbeleg is doorgestikt, heb ik de naadwaarde van de hals goed uitgedund.

Daarna vraagt de werkbeschrijving om de armopening van de linkermouw af te werken door het beleg ook daar aan de panden te stikken. Ik vind de werkwijze die wordt voorgesteld in de werkbeschrijving nogal omslachtig, dus voor dit klusje heb ik een ander trucje gebruikt.

 

hdc-de-stella-top-4b

 

Kneepjes van het vak.

Om beleg of voering aan een mouwloos topje of lijfje te stikken, bestaat een heel eenvoudig trucje :

Je legt het lijfje dwars met de goede kanten naar boven en de schoudernaad vertikaal voor je. De te stikken naad ligt bovenaan. Je neemt nu de andere zijnaad met de mouwopening en je rolt deze helemaal op, naar de te stikken naad toe.

De foto’s hieronder zouden dit moeten verduidelijken : 

 

Je rolt het lijfje helemaal op naar de linkermouw zodanig dat de goede kant van het beleg dat aan deze mouwopening moet gestikt worden perfect gepind kan worden op deze mouwopening.

 

Je pint het beleg van de linkermouw vast aan de mouwopening van het lijfje, de goede kanten op mekaar en de rest van het lijfje er helemaal tussenin gerold.

Daarna stik je deze naad te beginnen 1 cm vanaf de zijnaad tot 1 cm van de andere zijnaad van het lijfje. Deze naadwaarde aan elke kant moet openblijven, de zijnaden stikken we zo dadelijk in één beweging. Je zorgt ervoor dat de schoudernaden van het beleg en van het lijfje netjes op mekaar aansluiten.

Als deze mouwnaad is gestikt, dan dun je best de naadwaarde helemaal uit.

hdc-de-stella-top-7

 

Om de panden met de afgewerkte mouwopening terug om te draaien naar de goede kant van het werk, neem je één uiterste van het “worstje” dat je zonet hebt gerold, en je trekt op deze manier het hele pand door de tunnel die je hebt gestikt.

Ongestreken ziet het resultaat er zo uit :

 

Als we de hals en de mouw netjes hebben gestreken, dan ziet het geheel er zo uit :

 

Om verder te gaan met de afwerking, kan je de werkbeschrijving in het magazine gewoon weer volgen.

Je vouwt het werkje met de verkeerde kant naar buiten en voor de afwerking van de linker zijnaad vouw je het beleg naar boven, weg van het lijfje. Je stikt de naad in één beweging van boven naar onderen met een naadwaarde van 1 cm en passeert het stiksel dat we zonet hebben gemaakt.

 

Je stikt de rechter zijnaad met een naadwaarde van 3 cm (de vouw van 2 centimeter die werd voorgesteld als accolade op het patroon plus 1 cm naadwaarde) vanaf de markering op deze zijnaad tot de zoom.

Daarna worden alle zijnaden voorzichtig opengeperst.

 

De onderkant van het beleg ter hoogte van de linkermouw zet je met een paar handsteekjes vast in de linkernaad van het lijfje.

 

Een beetje wiskunde.

Nu kunnen we de plooien aanbrengen ter hoogte van de rechterschouder. Volgens de werkbeschrijving kan je dit naar eigen wens doen of de plooien zelfs helemaal weglaten. Als je de plooien graag wil aanbrengen, dan vraagt de werkbeschrijving je te beginnen op 2 cm van de halsrand.

Nu, volgens de foto’s van de modellen in het artikel zie ik de plooien toch niet echt beginnen op 2 centimeter van de hals. Eerder 3 cm; en dat lijkt mij ook mooier.

Omdat ik niet in het wilde weg plooien wil pinnen, bedacht ik om de plooien te markeren met rijgdraadjes, die ik dan eenvoudigweg op mekaar moet leggen om de plooi erin te krijgen ;).

Vanaf de halsopening gemeten heb ik rijgdraadjes geprikt op 3, 5, 7, 9, 11 en 13 centimeter. 6 draadjes in totaal die mij onmiddellijk 3 gelijke plooien zullen opleveren.

 

Om de plooien te maken pak je de buitenste stoflaag vast (zorg ervoor dat je het beleg niet mee hebt) en leg je draadje 1 op draadje 2 (in de richting wèg van de hals); draadje 3 op draadje 4 en draadje 5 op draadje 6 en je pint ze vast.

Volgens de werkbeschrijving moet je de plooien met de hand vastnaaien in de schoudernaad, maar met de naaimachine lukt dit ook prima. Ik heb de gepinde schoudernaad onder de persvoet van mijn naaimachine gelegd en de plooien voorzichtig vastgestikt IN de schoudernaad. 

 

Geloof het of niet, maar de laatste plooi komt perfect overeen met het eindpunt van mijn rechterschouder, waardoor de rest van de mouw gewoon van mijn schouder “afvalt”. De mouw valt op deze manier – ongewild – perfect; dus als je de laatste plooi wil doen samenvallen met het eindpunt van je schouder, dan kan je dit mathematisch gewoon berekenen via de verdeling van de plooien. Hoe grover of breder je deze plooien maakt, hoe korter de rechtermouw zal worden. Hoe fijner of smaller je ze maakt; hoe langer de rechtermouw zal uitvallen.

 

De afwerking.

Om de top af te werken heb ik eerst de omgestreken 3 cm naadwaarde van de rechtermouw met de hand vastgezet aan de panden met een blindezoomsteek. Ik heb hiervoor geen zoom- of plakvlies gebruikt. Ik vrees dat, als je in deze zoom een extra laagje plakt, de stof niet meer mooi drapeert. En dat is precies het effect dat de ontwerper hier voor ogen had.

Ook de zoom aan de onderkant van de top heb ik 3 centimeter naar binnen gestreken en met de hand vastgezet met een blindezoomsteek.

De drukknoop heb ik er dan toch ingezet, voor het geval ik de top wil dragen over een rok of een broek. Met de drukknoop sluit de top perfect rond de heupen.

 

Instructievideo van LMV.

Voor de meisjes en dames die graag de werkbeschrijving van La Maison Victor in levend beeld volgen, kunnen hier de instructievideo voor de Stella top terugvinden.

Veel naaiplezier !

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties