Tutorial : Een kort jasje in imitatiebont – Burda Classics 01/2012

Burdastyle brengt bovenop hun maandelijks verschijnende naaimagazine regelmatig extra edities uit, waaronder “Burda Classics”. Bij het opruimen en klasseren van al mijn naaimagazines en naslagwerken vond ik deze van 2012 terug waar werkelijk een paar pareltjes van modellen instaan. En dat vond ik in 2012 ook al want het magazine plakte al vol post-its. Eén jasje in het bijzonder bleef mijn aandacht trekken, dus besloot ik ineens aan de slag te gaan.

 

Kort jasje in imitatiebont.

 

 

Benodigdheden.

Voor het korte jasje in maatje 36 heb ik het volgende nodig :

 

Naden en zomen.

Alle naden die niet op een stofvouw worden geknipt krijgen een naadwaarde van 1 cm; de zoom van het jasje en de mouwen krijgen een zoomwaarde van 4 cm.

Voor de voeringjas bedraagt de zoomwaarde, net als de gewone naadwaarde, ook 1 cm.

 

Voorbereiding.

Naaien met imitatiebont vraagt een klein beetje om een andere aanpak. In deze blogpost heb ik uitgebreid alle tips & trics voor naaien met imitatiebont uiteengezet. De meest relevante voor dit project herneem ik nog even daar waar ze van toepassing zijn.

 

Het overnemen van de patroondelen op de stof.

Voor je de patroondelen overneemt op de stof is het van cruciaal belang om de vleug van de stof te bepalen. De haartjes van imitatiebont staan allemaal in een bepaalde richting, de vleug genaamd. De vleug of richting markeer je best via de verkeerde kant van de stof met een pijl of ander markeerteken. Voor kledij die uit imitatiebont gemaakt wordt loopt de vleug van boven naar beneden. Voor het schikken van de verschillende patroondelen op de stof moet hiermee rekening gehouden worden.

 

 

Patroondelen overnemen op imitatiebont van een dikke kwaliteit doe je best via de verkeerde kant van de stof. Met een goede markeerstift neem je de contouren en merktekens van ieder patroondeel over. De patroondelen die normaal op een stofvouw worden geknipt (zoals het rugpand en de kragen) moet je in dit geval spiegelen.

 

 

Het uitknippen van de patroondelen.

Het uitknippen van de patroondelen vraagt een beetje geduld en precisiewerk omdat je

  • best maar door één stoflaag tegelijk knipt; en
  • alleen door de onderlaag mag knippen. KNIP NIET door de HAREN van je imitatiebont.

 

 

Verstevigen.

Een aantal onderdelen van het jasje moet vooraf verstevigd worden : de belegdelen van de voorpanden, het halsbeleg en de onderkraag. Daarvoor heb ik een opstrijkbare tussenvoering van Vlieseline gebruikt (de LE420), speciaal voor het verstevigen van imitatiebont en imitatieleer. De tussenvoering kleeft al aan de stoflaag op lage temperaturen en zonder stomen. Hierdoor loop je minder kan je dure en kwetsbare stof te beschadigen.

 

 

Constructie van het jasje.

Figuurnaden in imitatiebont.

In elk voorpand zitten er twee figuur– of coupenaden, die eerst moeten gestikt worden. Volgens de werkbeschrijving in Burda Classic worden de figuurnaden aan de hals in deze fase nog niet gestikt, maar ik heb ze nu wel gestikt. Ik moet de werkwijze voor het stikken van de kraag dan lichtjes aanpassen, maar dat is maar een klein werkje.

 

Figuurnaden in dik imitatiebont worden eerst opengeknipt.

 

Om een figuurnaad in imitatiebont van dikke kwaliteit te stikken moet je hem in het midden openknippen tot op ongeveer 5 cm van de punt van de figuurnaad.

 

 

Je speldt hem daarna dicht precies zoals je een naad zou dichtspelden. Je zorgt er ook voor dat de haartjes ín de naad gestopt zijn.

 

 

Met een rechte steek van grote steeklengte stik je de figuurnaad tot helemaal aan de top dicht. Normaal druk je de naadwaarde daarna open met de vingers. Deze figuurnaden zijn zo smal dat je de naadwaarden niet echt kan opendrukken, maar de “bulk” is niet zichtbaar aan de goede kant van de voorpanden.

 

 

Op dezelfde manier ga je tewerk om de figuurnaden in de halslijn te stikken. Ook deze zijn te smal om de naadwaarden helemaal met de vingers te kunnen opendrukken, maar ze zijn niet zichtbaar aan de goede kant van de voorpanden.

 

 

Als alle figuurnaden in de voorpanden zijn afgewerkt, dan kunnen de voorpanden aan het rugpand worden gestikt via de schoudernaden.

 

De gespelde en gestikte schoudernaad.

 

Ook de belegdelen voor worden nu aan het halsbeleg gestikt met een rechte steek van een lange steeklengte. Alle naden moeten daarna met de vingers worden opengeduwd.

 

 

De kraag.

De onderkraag komt aan het rugpand en de halsdelen van het voorpand. Deze wordt dus tussen de markeertekens helemaal vastgespeld aan de panden, goede kanten tegen mekaar. Met een naadwaarde van 1 cm en een rechte steek kan de onderkraag in één beweging aan de panden gestikt worden.

 

De onderkraag wordt wordt helemaal aan de schuine zijden van het voorpand en het achterpand gespeld.

 

De bovenkraag komt aan het halsbeleg en de belegdelen van de voorpanden.

 

 

Eerst moeten de schuine zijden van de bovenkraag aan de voorste belegdelen worden gespeld, tot aan de hoek. Dit stukje wordt gestikt met een rechte steek van lange steeklengte. Daarna moet – op de belegdelen – dit hoekje worden ingeknipt. Door het knipje in de voorste belegdelen kan je de kraag veel mooier rond het halsbeleg spelden om ze daarna in één beweging te stikken.

 

Om de bovenkraag vlot rond het halsbeleg te kunnen spelden, moeten eerst knipjes gegeven worden in de hoekjes van de voorste belegdelen.

 

De onderkraag is vastgestikt aan de panden, de bovenkraag is vastgestikt aan de belegdelen; nu worden de onderkraag en de bovenkraag aan mekaar vastgespeld – de goede kanten op mekaar. Daarbij verdeel je de extra wijdte van de bovenkraag een beetje over de onderkraag. Let op : alleen de kragen zelf worden in deze fase aan mekaar gestikt; de panden en belegdelen blijven momenteel onaangeroerd.

 

De bovenkraag helemaal op de onderkraag gespeld.

 

De kragen worden aan mekaar gestikt met een rechte steek van lange steeklengte.

Daarna moeten de belegdelen aan de voorpanden worden vastgespeld, daarbij de extra lengte van het beleg een beetje verdelend over elk voorpand.

 

 

De belegdelen van het voorpand worden aan de voorpanden vastgestikt en de hoekjes van het revers worden weggeknipt. Het jasje kan nu met de goede kant naar buiten gekeerd worden.

 

 

De hele halslijn onder de kraag is nu nog open; dus deze gaan we sluiten door de aanzetnaden van de onder- en bovenkraag op mekaar te stikken. Om precies op de aanzetnaden te kunnen werken is dit een werkje dat ik liever met de hand doe.

 

De kraag wordt aan de binnenkant van het jasje gesloten door de aanzetnaden van de boven- en onderkraag aan mekaar te naaien.

 

Ik vouw eerst het halsbeleg uit de weg naar boven zodat de aanzetnaden van boven- en onderkraag zichtbaar worden. Ik begin helemaal rechts van de aanzetnaden zodat ik duidelijk zicht heb op de hele naad die nog moet dichtgemaakt worden.

 

 

Met een stiksteek naai ik zo de hele kraag via haar aanzetnaden aan mekaar tot ze helemaal gesloten is.

 

 

De mouwen en het sluiten van het jasje.

De onderlaag van het imitatiebont is een gebreide stof, dus deze geeft een beetje mee. Daarom kan ik de mouwen open aan de panden vastspelden zonder ze eerst dicht te stikken en ze daarna in te zetten.

 

De gespelde mouwen.

 

Bij het spelden van deze naden is het ook belangrijk dat de haartjes in de naad gestopt worden. De mouwen kunnen dan met een rechte steek van lange steeklengte aan de panden worden gestikt. Daarna worden de zijnaden en onderarmnaden aan mekaar gespeld en gesloten met een rechte steek.

 

De voeringjas.

De constructie van de voeringjas vangt aan bij het stikken van de coupenaden in de voorpanden. Voor het stikken van figuurnaden in gewone stoffen verwijs ik naar dit blogartikel, waar deze werkwijze uitgebreid werd beschreven.

 

Ook de figuurnaden in de voeringjas moeten eerst worden gestikt.

 

Daarna moet de bewegingsplooi in het achterpand van de voeringjas worden gestikt.

 

 

De bewegingsplooi ontstaat door in het achterpand op de aangegeven lijnen een stiklijn te geven van respectievelijk 5 cm bovenaan in het rugpand en 8 cm onderaan in het rugpand. De werkbeschrijving vraagt om de plooi naar één kant te strijken, maar ik heb ze open gestreken.

 

 

 

De voorpanden en het rugpand van de voeringjas worden aan mekaar gestikt via de schoudernaden, die daarna worden open gestreken. De zijnaden van de voeringjas worden gesloten met een rechte steek van gemiddelde steeklengte, waarna ze worden open gestreken. Ook de mouwnaden worden op deze manier gesloten; de naden worden daarna open gestreken. De voeringjas wordt afgewerkt door de mouwen in te zetten.

 

Afwerking van het jasje.

Zomen.

De mouwzomen worden nu met een zoomwaarde van 4 cm naar binnen gevouwen en met een slipsteekje met de hand vastgezet.

Ook de zoom van de voorste belegdelen, de voorpanden en het rugpand worden 4 cm naar binnen gevouwen en met een slipsteekje vastgezet.

 

De voering inzetten.

Nu de voeringjas nog niet aan het jasje is gezet is het gemakkelijker om eerst de zomen erin te strijken. Strijk de zomen van de mouwen en de onderrand van de voeringjas 1 cm om naar de verkeerde kant.

 

De omgestreken zoompjes in de mouwen van de voeringjas.

 

Om nu de voeringjas in het jasje te zetten speld je hem helemaal aan het beleg, de goede kanten op mekaar.

 

De voeringjas helemaal aan de buitenjas gespeld, de goede kanten tegen mekaar.

 

Stik de lagen zo aan mekaar vast, te beginnen 10 cm boven de zoom van het ene voorpand, helemaal over de halsrand naar het andere voorpand waar je 10 cm boven de zoomrand stopt. Keer het jasje en leg de voering helemaal in het jasje, de verkeerde kanten tegen mekaar, de mouwen in elkaar geschoven.

 

Voor we kunnen verdergaan met de afwerking van de voering moeten de belegdelen van de voorpanden via de onderrand nog vastgezet worden aan de voorpanden. Dat heb ik gedaan met een steekje met de hand langs de goede kant van het werk nadat ik elk belegdeel zorgvuldig tegen elk voorste pand heb gespeld. Nu kan de onderrand en de onderste 10 cm van de voeringjas tegen de binnenkant van het jasje worden gespeld.

 

 

De werkbeschrijving vraagt je daarna om ongeveer 5 cm boven de onderrand van de voeringjas, een ca. 1 cm diepe plooi af te spelden. Hetzelfde moet je doen voor de voering van de mouwen. Hier vond ik het opnieuw handiger om af te wijken van de werkbeschrijving en als volgt te werk te gaan :

Om de diepte van de plooi te bepalen in de voeringjas heb ik hem eerst helemaal vastgespeld aan de onderrand van het jasje en de zijrand langs het beleg dat nog niet was vastgestikt. De lengte in de zijrand van de voeringjas die ‘over’ is heb ik omgeplooid naar een plooi die breder is dan 1 cm, met de plooi naar beneden. Deze heb ik niet op ca. 5 cm van de onderrand gespeld, maar helemaal in de onderste hoek tegen de zoom van het jasje.

 

De plooi in de voeringjas heb ik helemaal in het hoekje tegen het beleg verwerkt.

 

De hele onderrand en de zijranden van de voeringjas worden nu met de hand vastgenaaid aan de zoom van het bonten jasje. Ook de zoom van de mouwen van het voeringjasje worden met de hand aan de omgevouwen zoom van het jasje vastgezet.

 

Voor het modelletje in het magazine werd geen sluiting voorzien, maar ik vond het wel handig het jasje te kunnen sluiten. Dat heb ik gedaan met een haakje en een oogje die ik aan elk van de voorpanden heb vastgezet.

 

 

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties