Patroontekenen : Zelf een voering voor je jas maken.

In de Knipmode van september 2017 staat een pracht van een vestjas, uitgevoerd in een camel cashmere. Een echt plaatje ! Alleen jammer dat de ontwerpers geen binnenvoering voorzien hebben voor deze prachtige jas. Een mooi stuk is pas echt top, vind ik, als de binnenkant even netjes is afgewerkt als de buitenkant. Een binnenvoering in een jas of mantel ondersteunt niet alleen de vorm van zo’n geweldig kledingstuk, hij vertraagt ook de slijtage aan de binnenkant. Met patroonpapier en tekenmateriaal ging ik aan de slag om zelf een voeringjas voor deze magnifieke jas te tekenen.

 

Vestjas 13 uit de Knipmode 09/2017

 

Benodigdheden.

Een voeringjas is eigenlijk een kopie van de buitenjas (uitgevoerd in een voeringstof) die – met de goede kant van de stof tegen het lichaam – in de buitenjas wordt geschoven en vastgezet. Om zelf een voering voor een jas te tekenen heb je dus niet veel meer nodig dan het patroon van de jas zelf, patroonpapier en het tekenmateriaal dat je doorgaans gebruikt voor het overnemen van patroondelen. De jas heeft ook geen loopsplit in het achterpand, hetgeen het tekenen van de voeringjas ietsje eenvoudiger maakt.

 

Het tekenen van alle patroondelen.

De voorpanden van de jas.

Voor de vestjas uit het magazine is geen voeringjas voorzien, maar de binnenkanten van de voorpanden worden wel voorzien van een belegdeel. Deze stukken voor de binnenkant van de jas hebben we dus al en hoeven we maar over te nemen van de patroonvellen in het magazine. Omdat we aan deze belegdelen straks een stuk voering willen naaien, moeten we er wel aan denken om – aan de zijde die aan de voering moet worden gezet – een naadwaarde van minstens 1 cm te voorzien.

Op het patroondeel van het voorpand dat ik op patroonpapier had overgenomen, had ik tevens de lijn van het belegdeel overgetekend, zodat ik op dat stuk de precieze afmetingen en vorm van het belegdeel kan zien. Mocht je dat zelf nagelaten hebben te doen, dan leg je het overgetekende patroondeel van het beleg plat op je tekentafel en je legt er het overgetekende patroondeel van het voorpand overheen. Je zorgt dat alle naden en randen precies op mekaar liggen. Daarbovenop leg je een blanco vel patroonpapier waar je het voeringdeel van de rest van het voorpand gaat op overnemen.

Je neemt nu met je tekenmateriaal gewoon de contouren van het voorpand over, precies langs het beleg. Je geeft alle naden van dit voeringdeel een naadwaarde van 1 cm en je voorziet een zoom van 1 cm (of iets langer, maar alleszins korter dan de zoomwaarde die je hebt voorzien voor de buitenjas).

 

 

Op deze tekening heb ik voor de voeringjas rondom een naadwaarde van 1 cm voorzien en de zoom krijgt ook een zoomwaarde van 1 cm. Op deze tekening heb ik voor de duidelijkheid de naadwaarden van het belegdeel en het voorpand van de buitenjas weggelaten. De zoomwaarde van 4 cm heb ik wel duidelijk weergegeven met een stippellijn.

 

Het achterpand van de jas.

De prachtige jas in het magazine is ook niet voorzien van een halsbeleg voor het achterpand. De bovenkraag zit als het ware “los” in de hals.

Voor het achterpand voorzien we zelf twee stukken :

  • Een halsbeleg dat we zullen uitvoeren in dezelfde stof als de buitenjas en
  • Een voeringjas die we zullen uitvoeren in voeringstof.

Om het halsbeleg te tekenen heb ik eerst de breedte van het belegdeel van het voorpand ter hoogte van de schouder gemeten : 7 cm breed. Ter hoogte van de schoudernaad zal het halsbeleg moeten aansluiten op het belegdeel van het voorpand, dus het moet daar even breed zijn.

Bovenop het patroondeel van het achterpand heb ik een blanco vel patroonpapier gelegd en een strook van 7 cm breed langs de hele halsrand van het halve achterpand overgetekend. Dit halsbeleg kan op een stofvouw geknipt worden, dus voorzie ik op dat patroondeel ineens een merkteken voor de stofvouw en geeft de rest van het patroondeel rondom een naadwaarde van 1 cm.

 

 

Bovenaan de rug in het achterpand wil ik wel wat extra bewegingsruimte in de voeringjas voorzien, zodat de voeringjas niet te strak komt te zitten bij het aan- en uittrekken van de jas of bij minder subtiele bewegingen. Aan de onderkant van de jas hoeft deze extra ruimte niet (hoewel je extra centimeters naadwaarde voor de bewegingsplooi perfect kan doortrekken naar de onderrand van de jas), dus daar zal ik in het patroon geen bewegingsplooi voorzien.

Voor het tekenen van het patroondeel van de voering voor het achterpand, kopieer je met je tekenmateriaal de contouren van het achterpand, langs het halsbeleg.

Om een bewegingsplooi te creëren op het patroondeel van het achterpand heb ik 5 cm naadwaarde getekend ter hoogte van de nek. Onderaan de jas heb ik de gebruikelijke 1 cm naadwaarde voorzien. De punten heb ik daarna met een rechte met mekaar verbonden. Aangezien dit een diagonale lijn is, kan de voering van het achterpand dus niet op een stofvouw worden geknipt.

 

Het creëren van de bewegingsplooi in het achterpand.

 

De markering voor de bewegingsplooi is een lijnstuk van 5 cm precies op de theoretische middenachternaad ter hoogte van de hals, net onder het halsbeleg. Bij het ineenzetten van de voeringjas zal – nadat de twee achterpanden met een naadwaarde van 1 cm aan mekaar zijn gezet – een stiklijn van 5 cm gemaakt worden precies op de theoretische middenachternaad, zodat een stolpplooi ontstaat. Deze stolpplooi zal de bewegingsruimte op de bovenrug creëren.

 

Het voeringdeel van het achterpand krijgt verder overal een naadwaarde van 1 cm en onderaan ook een zoomwaarde van 1 cm. Onderstaande tekening zou deze uiteenzetting moeten verduidelijken.

 

 

 

 

Voor de duidelijkheid heb ik op deze tekening de naadwaarden van de buitenjas weggelaten. Alleen de zoomwaarde van 4 cm heb ik – voor een beter begrip – weergegeven met een stippellijn.

 

De mouwen.

Om een patroondeel voor de voering van de mouw te tekenen, kopieer je eenvoudigweg het patroon van de mouw. Je alle naden krijgen een naadwaarde van 1 cm en een zoomwaarde van 1 cm (of langer, maar alleszins korter dan de zoomwaarde van de mouw van de buitenjas).

 

 

Ruimte voor schoudervullingen.

Als je graag je prachtige jas wil voorzien van brede schoudervullingen, dan kan je daarvoor de ruimte voorzien tussen de buitenjas en de voeringjas, door een aantal kleine aanpassingen te maken aan alle patroondelen van de voeringjas :

  • Verlaag de mouwkop met de hoogte van de schoudervulling (bijv. 1,5 cm) en verhoog de onderarmpunten aan beide zijden van de mouw met 1,5 cm. Verbind deze nieuwe punten met een vloeiende lijn in de originele contouren van de mouw.

 

 

  • Verlaag het schouderpunt ter hoogte van de mouw van het voorpand met de helft van de hoogte van de schoudervulling (0,75 cm) en teken een nieuwe schoudernaad door dit punt te verbinden met het schouderpunt dat aan het belegdeel aansluit;

 

 

  • Verlaag het schouderpunt ter hoogte van de mouw van het achterpand met de helft van de hoogte van de schoudervulling (0,75 cm) en teken een nieuwe schoudernaad door dit punt te verbinden met het schouderpunt ter hoogte van het halsbeleg.

 

 

* Om dit beter te verduidelijken heb ik op bovenstaande afbeeldingen de naad- en zoomwaarden van 1 cm op de patroondelen van de voeringjas weggelaten.

 

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties