Tutorial : Een wollen vestjas – Knipmode 09/2017

Nu de blaadjes van de bomen beginnen te vallen en de dagen gevoelig korter worden, doet de herfst opnieuw zijn intrede. De hoogste tijd dus om onze garderobe af te stemmen op dit heerlijke eindejaarsseizoen. De Knipmode van september 2017 inspireerde mij alvast om voor het komende herfst- en winterseizoen een wollen vestjas te naaien.

 

 

Benodigdheden.

Voor de uitvoering van deze vestjas in maatje 36 heb ik de volgende benodigdheden gebruikt :

 

Het tekenen van een binnenvoering.

De vestjas in het magazine is uitgewerkt zonder een binnenvoering, hetgeen ik ontzettend jammer vind. Een mooie jas hoort aan de binnenkant even netjes afgewerkt te zijn als aan de buitenkant. De constructie van de jas is vrij eenvoudig, dus besloot ik maar ineens zelf een voeringjas te tekenen. Ik wou de voering ook helemaal met de machine in de jas vastzetten, dus er komt geen handwerk aan te pas. Hoe ik hiervoor tewerk ben gegaan kan je uitgebreid nalezen in deze aparte blogpost.

 

Naden en zomen.

Alle patroondelen van de jas krijgen een naadwaarde van 1 cm. De zoom van de voorpanden (ook de voorste belegdelen), het achterpand en de mouwen krijgen een zoomwaarde van 4 cm.

De naden van alle patroondelen van de voeringjas krijgen een naadwaarde van 1 cm. Omdat de zomen van de voeringjas korter moeten zijn dan die van de buitenjas, krijgen de zomen van het voorpand, het achterpand en de mouwen een zoomwaarde van 1 cm.

 

Voorbereiding.

Een aantal onderdelen van de jas worden best vooraf verstevigd met opstrijkbare vlieseline. Volgens de werkbeschrijving in het magazine worden de volgende onderdelen verstevigd :

  • de zakingang van het voorpand (met een strook vlieseline H250 van 4 cm breed en 4 cm langer dan de zakingang);
  • de kraag boven- en onder (vlieseline H250);
  • de belegdelen van de voorpanden (vlieseline H180);

 

Daarbovenop heb ik ook de volgende patroondelen verstevigd :

  • de zakstroken (vlieseline H250);
  • het zelfgetekende halsbeleg (vlieseline H250)

 

Bepaalde patroondelen worden vooraf verstevigd met opstrijkbare vlieseline.

 

 

Constructie van de vestjas.

De insteekzakken met zakstroken.

De constructie van de jas begint bij het naaien van de insteekzakken in beide voorpanden. Hoe ik hiervoor tewerk ben gegaan kan je uitgebreid nalezen in deze blogpost.

 

 

De panden van de vestjas.

In de voorpanden zit ter hoogte van de uiteinden van de kraag een figuurnaad. Deze moet eerst worden gestikt en hoe je een figuurnaad stikt kan je uitgebreid nalezen in deze blogpost.

 

De gestikte coupenaad in één van de voorpanden.

 

Het achterpand werd niet op een stofvouw geknipt, maar bestaat uit twee aparte panden, die via de middenachternaad nu aan mekaar moeten worden gestikt. De middenachternaad wordt opengestreken.

Als beide voorpanden en het achterpand zijn afgewerkt, kunnen ze aan mekaar worden gestikt via hun respectieve schoudernaden en de bovenmouwnaden. Ook deze naden worden opengestreken. Alle deze naden kunnen gestikt worden met een naadwaarde van 1 cm en een rechte steek van gemiddelde steeklengte. Omdat deze stof totaal niet uitrafelt vond ik het ook niet nodig om de naden af te werken met een zigzagsteek of overlocksteek.

 

De belegdelen.

Ook de belegdelen van het voorpand en het zelfgetekende halsbeleg van het achterpand heb ik aan mekaar gezet via de schoudernaden. Deze naad moet worden opengestreken. De belegdelen moeten aan de jas worden gezet, rekening houdend met het feit dat de kraag tussen de buitenjas en het halsbeleg moet gezet worden.

 

De belegdelen van het voorpand aan het halsbeleg gezet via de schoudernaden.

 

De belegdelen worden aan de jas gespeld langs de hele middenvoorlijn van het ene voorpand, over de halsrand naar de middenvoorlijn van het ander voorpand. Stik de belegdelen nu aan de voorpanden met een rechte steek – inclusief het eerste hoekje naar de halsrand toe – maar de halsrand zelf, tussen de merktekens, waar de kraag moet komen mag niet worden dichtgestikt. De hele halsrand blijft voorlopig open. De laatste 10 cm boven de zoom van de voorpanden laat ik voorlopig ook ongestikt.

 

De kraag.

Voor we de kraag aan de jas kunnen zetten, moeten we hem eerst in de lengte dubbel vouwen – de goede kanten op mekaar – en vanaf de stofvouw de korte zijden tot aan de punt dichtstikken. Daarna moet de kraag met de goede kant naar buiten gekeerd worden en wordt ze even licht in vorm geperst.

 

Alléén de korte zijden die aansluiten op de stofvouw van de kraag worden dichtgestikt.

 

Om de kraag aan de jas te zetten ben ik helemaal afgeweken van de werkbeschrijving in het magazine; vooral omdat ik ook een voeringjas met een halsbeleg heb voorzien, die in het originele ontwerp onbestaande is.

De kraag kan nu met haar lange open zijde tussen het halsbeleg van het achterpand en het achterpand zelf worden gespeld. Met de goede kanten op mekaar wordt de onderkraag aan het achterpand gespeld; de bovenkraag wordt aan het halsbeleg gespeld. Je zorgt ervoor dat alle merktekens precies op mekaar liggen. De lange open zijde van de kraag past precies tussen de figuurnaden van het voorpand.

 

De onderkraag is aan het rugpand gespeld; de bovenkraag werd aan het halsbeleg gespeld.

 

Stik nu afzonderlijk de bovenkraag aan het halsbeleg en de onderkraag aan het achterpand.

Alleen de korte open zijden van de kraag moeten nu nog aan het halsbeleg en het voorpand worden gespeld. Om dit met precisie te kunnen doen moet de kraag een beetje gekanteld worden en moet een knipje gegeven worden in het halsbeleg en de voorpanden (ter hoogte van de figuurnaden). De korte zijden van de kraag kunnen zo perfect tot tegen het eerste hoekje in de halsrand van de voorpanden worden gespeld. De naadwaarden van de kraag die tegen dit punt aansluiten, vouw je in de richting van de kraag.

Omdat ik hier geen risico’s wou nemen en de punt van de kraag met de hoogste perfectie in de hoekjes van het voorpand wou zetten, heb ik deze stukjes met de hand genaaid.

 

 

De kraag is nu ingezet en kan nu best nog eens worden doorgestikt.

Om dat te doen rijg ik steeds eerst de onderkraag aan de bovenkraag, zo dicht mogelijk tegen de aanzetnaad van de onderkraag. Daarna stik ik de kraag door in de aanzetnaad van de onderkraag, terwijl ik aan de binnenkant van de jas het halsbeleg uit de weg heb gevouwen. In de welving van de kraag kan je nu nog knipjes geven in de naadwaarden en de naden uitdunnen om wat volume daar weg te halen.

 

 

De mouwen.

De constructie van de mouwen is heel eenvoudig :

Stik de mouwnaden van de mouwen en de panden aan elkaar; zorg dat de merktekens op mekaar aansluiten. Leg nu de panden op mekaar – de goede kanten op mekaar – en vouw de mouwen dubbel. Stik de ondermouwnaden en aansluitend de zijnaden van de panden aan mekaar.

 

Het ceintuur.

Het ceintuur bestaat uit twee helften die we eerst aan mekaar moeten zetten via de “middenachternaad”. Leg twee korte zijden van de ceintuur met de goede kanten op mekaar en stik ze aan mekaar met een naadwaarde van 1 cm. Strijk deze naad open.

Vouw de ceintuur nu over de hele lengte dubbel – de goede kanten op mekaar – en stik beide korte zijden en de lange zijde dicht met een naadwaarde van 1 cm. Laat in de naad van de lange zijde een strook van +/- 10 cm ongestikt om de ceintuur straks naar de goede kant te kunnen keren.

Knip de hoekjes schuin weg en keer de ceintuur door de opening in de naad naar de goede kant. Pers ze in vorm en sluit de opening in de naad met een paar steekjes met de hand.

 

De hoekjes van de korte zijden werden schuin weggeknipt, voor de tailleriem naar de goede kant wordt gekeerd.

 

Twee lusjes voor het ceintuur.

In het originele patroon is het niet voorzien, maar ik vind het eleganter als een tailleriem op z’n plaats wordt gehouden door twee lusjes op de zijnaden van de jas.

De jas is nog niet helemaal af, maar ik kan hem wel al aantrekken en de tailleriem er rond knopen om de hoogte te bepalen waar de lusjes moeten komen.

Ik ga de onderrand van de lusjes vastzetten op 50 cm van de zoomrand van de panden (of op 54 cm van de onderrand).

Ik wil de lusjes 1 tot 1,5 cm breed, dus heb ik twee stroken van 3 cm op 10 cm geknipt. Middenin de strook heb ik dubbelzijdig plakvlies van 1 cm breed gelegd en er beide lange zijden van de strook tegenaan gevouwen. Door ze lichtjes te persen blijven de stroken dichtgeplakt en kan ik ze aan de jas zetten.

 

Om de strookjes voor de lusjes in het midden bij mekaar te houden kan je dubbelzijdig plakvlies gebruiken.

 

Op de jas zelf heb ik intussen de onderrand van de lusjes gemarkeerd met wat rijgsteekjes. De onderkant van een lusje heb ik op de jas gespeld, precies op één van de zijnaden, en met een naadwaarde van 1 cm op de jas gestikt. De naadwaarde heb ik dan bijgeknipt tot ongeveer 0,5 cm. Het strookje heb ik dan naar boven gevouwen en de onderrand smal doorgestikt.

 

 

Om precies te bepalen waar de bovenrand van het lusje moet vastgestikt worden, heb ik de tailleriem onder het strookje door geschoven en gemarkeerd waar de bovenkant van het strookje moet worden vastgezet.

 

Om te bepalen op welke hoogte de bovenkant van het lusje wordt vastgezet, kan je best de tailleriem even onder het lusje schuiven.

 

Hier kan het strookje alleen aan de panden worden vastgezet door ze daar door te stikken. De rest van het strookje heb ik weggeknipt tot op 0,5 cm. Voor het lusje aan de andere kant van de jas ga je op precies dezelfde manier tewerk.

 

 

De voeringjas.

Constructie van de voering.

Alle onderdelen van de voeringjas zijn getekend én geknipt uit een zwarte polyester voeringstof en de constructie ervan begint bij het stikken van de middenachternaad waarin ik een kleine bewegingsplooi heb voorzien (zie ook het blogartikel over het tekenen van de voering) :

  • Eerst wordt de middenachternaad met een naadwaarde van 1 cm gestikt. Daarna wordt in de bovenrand – op het merkteken – een stikstel van 5 cm diep gemaakt, waardoor een kleine stolpplooi wordt gecreëerd. De naad en de stolpplooi worden opengestreken.
  • De voorpanden van de voeringjas worden via de schoudernaden aan het achterpand gezet; de naden worden opengestreken;
  • De mouwen worden via de bovenmouwnaden aan de panden gezet en deze naden worden daarna opengestreken;
  • De panden worden op elkaar gelegd en de mouwen worden dubbelgevouwen. De ondermouwnaad van één van de mouwen en aansluitend de zijnaden van de voeringjas worden dichtgestikt. De naad van één mouw blijft open omdat we straks langs deze opening de hele jas binnenste buiten moeten keren. De naden worden opengestreken.

 

 

Het inzetten van de voering.

Speld de voeringjas helemaal aan de belegdelen van het voorpand en het halsbeleg van het achterpand, de goede kanten op mekaar. Stik deze naad met een rechte steek en een naadwaarde van 1 cm.

 

De voeringjas aan de buitenjas gespeld via de belegdelen.

 

 

Om de voeringmouw aan de mouw van de buitenjas te stikken moet je beide eerst mouwen (in de positie zoals de jas nu ligt) helemaal uiteen trekken. Je brengt daarna hun onderranden samen en je speldt ze met de goede kanten tegen mekaar. Je stikt ze aan mekaar met een naadwaarde van 1 cm. Voor de andere mouw doe je precies hetzelfde.

 

 

Speld de onderranden van de voeringjas en de buitenjas op mekaar, de goede kanten op mekaar. Je zal merken dat de buitenjas langer is dan de voeringjas, maar dat is normaal; het verschil in lengte stemt overeen met de zoomwaarde van de buitenjas. Stik ze helemaal aan mekaar met een naadwaarde van 1 cm en strijk daarna de naadwaarde in de richting van de voeringjas.

 

De onderrand van de jas, voor de zoomwaarde naar boven werd geschoven.

 

 

Schuif nu de onderrand van de buitenjas zodanig naar de voeringjas toe dat je de middenvoornaden precies op mekaar kan spelden. De zoom van de buitenjas wordt hierdoor 4 cm (de zoomwaarde) naar binnen getrokken (hiervoor hadden we eerder de naad van de voorste belegdelen niet helemaal tot onder dichtgestikt). Stik dit stukje naad nu dicht.

 

Door de zoom van de buitenjas naar boven te schuiven kan je de zijnaad sluiten.

 

Keer de jas via de opening in de mouw van de voering naar de goede kant en pers de zomen van de mouwen en de zoom van de onderrand licht in vorm. Keer de jas nu opnieuw door de opening in de naad van de mouw.

Om de zoom van de onderrand van de jas en de mouwen precies op hun plaats te houden heb ik beslist om nog dubbelzijdig plakvlies aan te brengen. De jas nog steeds binnenste buiten gekeerd heb ik langs de zoomlijn van de mouwen en de onderrand een strook plakvlies gespeld. Via de open naad in één van de mouwen van de voering heb ik kopspelden langs de goede kant van de jas in het plakvlies geprikt. Zo hoeft de jas straks niet opnieuw gekeerd te worden om de spelden eruit te halen.

Haal nu opnieuw de hele jas door de opening in de mouw van de voeringjas. Pers de zomen van de mouwen en de onderrand van de jas lichtjes, zodat het plakvlies kan hechten. Haal de spelden eruit.

 

 

Afwerking.

Om de jas helemaal af te werken heb ik nog een klein kettinkje in zwarte metallic op het halsbeleg genaaid en de opening in de mouw van de voering gedicht.  Finaal moesten nog 3 grote drukknopen op de merktekens van de voorpanden worden aangebracht en klaar is de jas !

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties