Naaitips : Een blazer in bouclé – Burdastyle 04/2014

To Chanel or not to Chanel ? Hoewel sommige exemplaren een heel klassieke uitstraling hebben, vind ik de Chanel jasjes nog steeds gewéldig. Vooral die jasjes die door Karl Lagerfeld een laagje eigentijds vernis hebben gekregen. In de Burda van april 2014 stond een hele leuke blazer met een ontegensprekelijke Chanel uitstraling. Het is een blazer, dus in tegenstelling tot een klassiek Chanel jasje, mét reverskraag. Ook afwijkend van het typische opzicht van Chanel hebben de middenvoorpanden van deze blazer een gebogen zoomlijn. Lees mee hoe deze “Chanel blazer” werd geboren … .

 

De blazer in het magazine werd uitgevoerd in een tricot met bouclé structuur.

 

Benodigdheden.

Voor de blazer in maatje 36 heb ik volgende gebruikt :

  • 1,65 meter bouclé in neon kleuren oranje/roze – stofbreedte 150 cm
  • 1,06 meter polyester voering in de kleur fuchsia
  • +/- 1 meter vlieseline H250 (mag ook een minder stevige variant zijn)
  • 2 zwarte schoudervullingen (Veritas)
  • 2 knopen (Veritas)
  • 2,80 meter zwart metallic ketting (Veritas)
  • Garen en overlockgaren.

 

Voorbereiding.

De constructie van de blazer is uitgebreid beschreven in een “Workshop” in het magazine zelf. Er is veel uitleg uitgewerkt, ondersteund door illustraties.

 

 

De blazer in deze editie van Burda werd uitgevoerd in een tricot met boucléstructuur. Ik daarentegen heb deze blazer uitgevoerd in een geweven bouclé stof waar geen elasticiteit in zit. Ook de voering waarmee ik de binnenkant van het jasje heb afgewerkt is van geweven polyester. Het model en de constructie van dit patroon laten het perfect toe te werken met een geweven stof. Ik heb geen bijzondere aanpassingen of voorbereidingen moeten treffen aan het patroon om de blazer draagbaar te maken.

 

Naast de patroondelen voor de blazer zelf heb ik vooraf ineens ook alle delen getekend en geknipt voor de voering en de tussenvoering. Het is ook van cruciaal belang heel duidelijk alle merktekens over te nemen op de stof en de voering. Omdat de structuur van de bouclé stof het niet toelaat te werken met knipjes in de naadwaarde (die kan je in een grof geweven structuur echt niet onderscheiden) heb ik alles gemerkt met rijgdraadjes. Ook de merktekens op het voorpand die de positie van de opgestikte zakken aangeven heb ik eerst geduldig met rijgdraadjes overgenomen.

 

Het is van groot belang alle merktekens precies over te nemen op elk patroononderdeel.

 

Omdat een grofgeweven stof zoals deze bouclé gemakkelijk uitrafelt, heb ik eerst alle randen van alle onderdelen afgewerkt met een overlocksteek. Tijdens de constructie van een kledingstuk dat uit veel verschillende patroondelen bestaat, heb je alle onderdelen vaak in je handen, waardoor je de uitrafeling van de stof in de hand werkt. Door alle randen eerst te overlocken houd je de verschillende patroondelen intact en in vorm.

 

Naden en zomen.

Alleen de panden die samen het rugpand uitmaken én de mouwen krijgen onderaan een zoomwaarde van 4 cm (het voorpand krijgt binnenin een beleg, dus een zoom wordt hier niet voorzien). Alle andere naden heb ik een naadwaarde van 1 cm gegeven.

Wat ik de volgende keer wel anders zou doen is extra naadwaarde bijtekenen voor de middenachternaad van de voeringjas, om daaruit een grotere bewegingsplooi te kunnen maken. Een bewegingsplooi in de middenachternaad zorgt ervoor dat je vlot kan bewegen in een toch goed getailleerd jasje en dat bij deze bewegingen de voering niet scheurt. In de werkbeschrijving in het magazine wordt hier geen aandacht aan besteed, hoewel ik het wel een heel belangrijk praktisch detail vind.

 

Constructie van de blazer.

Verstevigen.

In de werkbeschrijving wordt aangeraden te werken met een opstrijkbare tussenvoering Vlieseline G785 (een soepele, bi-elastische geweven tussenvoering geschikt voor de versteviging van soepelvallende stoffen), maar omdat ik voor de blazer een stevige bouclé stof heb gekozen, heb ik Vlieseline H250 gebruikt.

Alle panden die samen het voorpand uitmaken moeten worden verstevigd, samen met het beleg voor het voorpand. Daarnaast moeten ook een laagje opstrijkbare tussenvoering krijgen : de bewegingssplitten van het achterpand, de splitten van de mouwen, het aangeknipte beleg van de opgestikte zakken, het halsbeleg van het achterpand en de binnen- en buitenkraag. Ook de zomen van het achterpand en de mouwen worden verstevigd met een strookje opstrijkbare tussenvoering. Voor maatje 36 kon ik alle onderdelen voor de versteviging uit een klein metertje vlieseline knippen.

 

Vooraf werden een aantal patroondelen verstevigd met opstrijkbare tussenvoering.

 

Het voor- en achterpand van de blazer.

Elk voorpand bestaat uit twee patroondelen en het achterpand bestaat uit ook uit vier patroondelen. De middenvoorpanden worden aan de zijvoorpanden gezet met een rechte steek van gemiddelde steeklengte – de goede kanten op mekaar. De naden worden daarna opengestreken.

De middenachternaad wordt van boven tot onder in één beweging dichtgestikt met een rechte steek. Ook deze naad moet worden opengestreken. Aan elke kant van het middenachterpand komt nu een zij-achterpand (de deelnaden van het achterpand worden dus gestikt). Deze deelnaden worden met een rechte steek dichtgestikt vanaf de schouder tot aan het merkteken net voorbij het split.

 

 

De bewegingssplitten in het achterpand worden voorlopig gewoon vastgespeld :

  • Vouw de splitdelen van het middenachterpand gewoon dicht, naar de middenachternaad toe – de verkeerde kanten liggen op mekaar;
  • De splitdelen van de zij-achterpanden vouw je helemaal open over de splitdelen van het middenachterpand en daarna vouw je ze de helft terug, precies op de vouwlijn (de verkeerde kanten op mekaar).
  • In deze positie speld je beide bewegingssplitten vast met kopspelden.

 

Het rugpand aan de goede kant waarbij de bewegingssplitten voorplopig werden vastgespeld.

 

Met de goede kanten op mekaar stik je nu beide voorpanden aan het achterpand via de schoudernaden. De schoudernaden worden daarna opengestreken.

 

 

De belegdelen.

Het halsbeleg en de belegdelen van het voorpand worden nu aan mekaar gezet via de schoudernaden. Ook deze naden worden opengestreken. Deze belegdelen moeten nu aan beide voorpanden en het achterpand worden bevestigd, maar deze naad mag niet helemaal gesloten worden. Ter hoogte van de hals achteraan blijft deze naad open omdat de kraag er zo dadelijk moet tussengeschoven worden.

De belegdelen worden – met de goede kanten op mekaar – wel helemaal aan beide voorpanden en het rugpand GESPELD, maar je stikt ze vanaf de merktekens in de hals aan de voorpand tot aan de onderrand van de voorpanden.

 

De belegdelen vastgespeld aan de buitenstof van de blazer.

 

De kraag.

Voor de constructie van de kraag moet je héél nauwgezet te werk gaan.

De kraag bestaat uit twee identieke patroondelen : de bovenkraag (deze zit vast aan het halsbeleg en is zichtbaar als de kraag naar buiten geplooid is) en de onderkraag (zit vast aan de stof van de blazer en is niet zichtbaar als de kraag naar buiten omgeplooid is).

Het is belangrijk de onderkraag van een merkteken te voorzien zodat deze duidelijk te onderscheiden is van de bovenkraag. Je legt de kraagdelen met de goede kanten op mekaar en je speldt de aanzetnaden op mekaar. Speld de kopspelden óp de naad en niet dwars op de naad. Om de naad van de buitenrand precies te kunnen stikken vouw je nu de kragen over je hand alsof de kraag op de blazer naar buiten toe geplooid zou zijn. De naden van de buitenrand liggen nu niet meer precies op mekaar, maar je speldt de kragen – tot 4 cm voor de hoeken – wel zo aan mekaar. De hoeken vouw je nu ook over je hand en je speldt ze vast alsof de kraag in de blazer naar buiten zou zijn gevouwen.

 

 

 

Deze naad (waarvan de naadlijnen door het plooien nu niet meer precies op mekaar liggen) stik je met een rechte steek en een naadwaarde van 1 cm tot tegen de aanzetnaad. De hoekjes knip je weg en de naadwaarde van de buitennaad knip je bij. De aanzetnaad van de kraag blijft open.

De kraag kan nu gekeerd worden zodat de goede kanten naar buiten zitten. Duw de hoekjes mooi uit en pers de kraag lichtjes in vorm.

Daarna moet de kraag tussen het beleg en de buitenjas worden geschoven – de goede kanten tegen mekaar. De open aanzetnaad van de kraag volgt precies het stuk van de naad in de hals dat nog niet werd dichtgestikt.

De naad van de bovenkraag wordt – met de goede kanten tegen mekaar – op de halsrand  van het halsbeleg gespeld; de naad van de onderkraag wordt op de halsrand van de buitenjas gespeld. De naadwaarden van de zijnaden van de kraag zijn naar binnen gevouwen. Je zorgt ervoor dat alle merktekens precies op mekaar aansluiten.

Je stikt elke naad afzonderlijk met een rechte steek van gemiddelde steeklengte.

Om veel volume op deze plaats te vermijden moeten deze naadwaarden dadelijk worden uitgedund.

 

 

Voor we de naden van de kraag aan mekaar stikken is het van belang om de hele halslijn met de kraag eventjes licht in vorm te persen. Keer daarom de blazer met de goede kant naar buiten en pers de kraag en het revers lichtjes.

 

 

Met het halsbeleg naar beneden gevouwen rijg je de bovenkraag en de onderkraag – zo dicht mogelijk tegen de aanzetnaden – op elkaar vast. Om de kragen aan mekaar te stikken, vouw je het halsbeleg eventjes weer naar boven en stik je de aanzetnaden van de kraag aan mekaar door de aanzetnaad van de onderkraag door te stikken langs de goede kant van de blazer. Als de kraag is dichtgestikt leg je het halsbeleg weer in het jasje, de verkeerde kanten op mekaar.

Keer ook de belegdelen van het voorpand netjes naar binnen en pers deze zo dat de aanzetnaad met het beleg de rand van de voorpanden uitmaakt.

 

De zijnaden.

Om de zijnaden van de blazer te kunnen stikken moet de naad van het voorpand met het belegdeel weer eventjes worden opengestreken : een 5-tal centimetertjes, precies genoeg om met een stikvoetje de zijnaad te kunnen dichten.

Als deze naden van de voorpanden zijn opgengestreken, dan zijn de voorpanden precies even lang als het achterpand – zoomwaarde van 4 cm inclusief. In één beweging kan iedere zijnaad worden dichtgestikt met een rechte steek van gemiddelde steeklengte. De zijnaden worden daarna opengestreken, het beleg van de voorpanden kan weer in positie worden gelegd.

 

 

Het zomen van het rugpand met de bewegingssplitten.

De voorpanden zijn door het beleg en het inzetten van de kraag voorlopig afgewerkt; nu kunnen we het achterpand zomen. In het achterpand is een dubbel bewegingssplit voorzien dat we moeten mee verwerken in de zoom. Om dat op een heel elegante en eenvoudige wijze te doen heb ik 4 verstekhoeken gemaakt in het achterpand. Omdat de bouclé stof op zich toch al wat volume heeft, kon ik met het maken van verstekhoeken in de zoom van het achterpand ter hoogte van de splitten wat van dat volume weghalen.

Hoe je verstekhoeken maakt kan je uitgebreid nalezen in deze blogpost.

 Om het achterpand te kunnen zomen en tegelijk de splitten af te werken, moet je de splitten weer openvouwen. Hieronder kan je de foto’s zien van de verschillende stappen van het maken van de verstekhoeken in het achterpand van deze blazer.

 

De afgewerkte verstekhoek van één van de splitten in het achterpand.

 

De rest van de zoom van het achterpand (4 cm) strijk je naar binnen en zet je vast met de hand met een slipsteekje.

 

De opgestikte zakken op de voorpanden.

Voor ik de mouwen en de voering in de blazer heb gezet, leek het mij verstandiger om eerst de zakken van het voorpand af te werken. In een deze aparte blogpost heb ik uitgebreid beschreven hoe je tewerk gaat om opgestikte zakken met aangeknipt beleg en voering te maken.

 

 

De mouwen.

De constructie van iedere mouw vangt aan bij het aaneenspelden van de ondermouw op de bovenmouw, de splitten op mekaar en de goede kanten op mekaar. De ondermouw wordt met een rechte steek aan de bovenmouw gestikt tot aan het merkteken net voorbij het mouwsplit. Deze naad wordt opengestreken. Volgens de werkbeschrijving moet de naad ter hoogte van het mouwsplit worden ingeknipt, maar dat heb ik niet gedaan.

Het is handig om nu, voor de mouw helemaal gesloten wordt, in de mouwkoppen twee rijen rimpeldraden aan te brengen, tussen de merktekens die hiervoor bestemd zijn. Omdat de bouclé stof grof geweven is en de mouwkop maar lichtjes zal moeten gerimpeld worden heb ik de rijen rimpeldraad met de hand aangebracht.

De mouwen kunnen daarna in de lengte worden dubbelgevouwen – de goede kanten op mekaar – en de tweede naad kan met een rechte steek worden gedicht. Ook deze naad heb ik daarna opengestreken.

Vóór de mouwen in de armsgatopening van de blazer worden gezet is het handig om ze eerst te zomen en het split af te werken. De zoom en het split van de bovenmouw heb ik ineens afgewerkt met een verstekhoek, zoals de bewegingssplitten in het achterpand. Hoe je een verstekhoek maakt kan je uitgebreid nalezen in dit blogartikel.

Je strijkt de zoom ter hoogte van het mouwsplit naar binnen en markeert zowel op de zoomwaarde als op de splitwaarde de punten waar deze mekaar kruisen. Je vouwt de zoom en het split weer helemaal open en je verbindt deze punten (op de verkeerde kant van de stof) met een rechte met mekaar. Dan vouw je deze hoek op een punt, de verkeerde kant naar buiten en je speldt de hoek zo vast. Daarna stik je deze hoek vast op de rechte die je zonet hebt getekend. Nadat je de hoek heb afgestikt, knip je de stof weg tot op ongeveer 0,5 cm van de stiklijn en je keert de verstekhoek met de goede kant naar buiten. Je perst hem lichtjes in vorm.

 

De afgewerkte verstekhoek van de bovenmouw.

 

De zoom en het split van de ondermouw worden op een andere manier afgewerkt : de zoom van de ondermouw moet je eerst naar buiten plooien (dus de goede kanten tegen mekaar). Met een naadwaarde van 1 cm stik je de zoom zo vast op de mouw, tot op 1 cm van de bovenrand van de zoom. Deze 1 cm van de bovenrand van de zoom die je niet hebt dichtgestikt vouw je even naar beneden en op die hoogte knip je de naadwaarde in tot bijna tegen de stiklijn. Keer de zoom van de ondermouw nu naar de goede kant en pers lichtjes in vorm.

 

 

Aan de binnenkant van de mouw kan je nu de zijranden van elk splitonderdeel op mekaar leggen – de goede kanten op mekaar. Je speldt ze zo vast en met een naadwaarde van 1 cm stik je ze aan mekaar vanaf de bovenkant van het split tot waar je de naadwaarde van de ondermouw hebt ingeknipt. Het split van de ondermouw kan je ook nog even met een paar steekjes vastzetten bovenaan het split, in het verlengde van de mouwnaad.

 

De afgewerkte binnenkant van de mouw.

 

Om de mouwen helemaal af te werken, voorzie je nog een drukknoopje op de binnenkant van de zoom ter hoogte van de splitten en zet je de rest van de zoom met een slipsteekje met de hand vast.

De mouwen zijn afgewerkt, rest ons alleen ze nog in te zetten in de armsgatopeningen van de blazer. Dat doe je door ze – de goede kanten op mekaar – in de armsgatopeningen te schuiven en ze vast te spelden. Je begint best bij de onderkant van de armsgaten en legt verder alle merktekens op mekaar. Ter hoogte van de schouder kan je de mouwkop passend maken door de rijgdraadjes (die je eerder hebt aangebracht) een beetje aan te spannen. Ik heb hier eigenlijk niet veel gebruik van moeten maken, de mouw paste vrijwel perfect in de armsgatopening. Als de mouw precies in de armsgatopening is vastgespeld, stik je de naad met een naadwaarde van 1 cm. Deze inzetnaad strijk je naar de mouwen toe. Je kan nu alle merktekens en andere rijgdraadjes verwijderen.

 

 

De binnenvoering.

Voor ik aan de constructie van de voering ben begonnen heb ik eerst twee schoudervullingen aangebracht aan de binnenkant van de schouders van de blazer. Deze heb ik met de hand vastgezet.

 

 

Wat in de werkbeschrijving nu pas aan het licht komt is dat er in de middenachternaad een bewegingsplooi wordt voorzien. Jammer, anders had ik een wat ruimere naadwaarde voor de middenachternaad kunnen voorzien op deze onderdelen van de voeringjas.

De werkbeschrijving vraagt je om de middenachterpanden met de goede kanten op mekaar te spelden en deze met een naadwaarde van 1 cm op mekaar te stikken. Ik heb hiervoor een naadwaarde van 0,5 cm gehanteerd, omdat mijn totale naadwaarde slechts 1 cm is (in de werkbeschrijvingen van Burda wordt steeds aanbevolen te werken met een naadwaarde van 1,5 cm).

De bewegingsplooi maak je nu door de middenachternaad (met 1 cm naadwaarde en dus slechts 0,5 cm verschil met de eerste naad) vanaf de bovenkant en de onderkant slecht 5 cm diep te stikken. Je stikt dus eigenlijk een stiklijn van 5 cm diep vanaf de halsrand van de voering en je stikt dezelfde stiklijn vanaf de onderrand van de voeringjas.

De middenachternaad strijk je daarna samengenomen naar één kant.

 

 

Achtereenvolgens doe je het volgende :

  • de zij-achterpanden aan het middenachterpand stikken – de splitten stik je NIET MEE; deze naad strijk je open
  • de deelnaden van de voorpanden stikken; deze naad strijk je open;
  • de voorpanden en het achterpand aan mekaar zetten door de schoudernaden te stikken – de schoudernaden strijk je open;
  • de zijnaden stikken. Je zal merken dat het achterpand langer is dan het voorpand, ik heb dat verschil weggewerkt door de onderrand van het achterpand gelijk te knippen met die van het voorpand. In de werkbeschrijving van het magazine wordt de lengte van het achterpand op een andere manier verwerkt;
  • de mouwen helemaal dichtnaaien. In de mouwen van de voeringjas zijn geen splitten voorzien;
  • de mouwen inzetten.

 

 

De voeringjas is nu af om te worden ingezet en ziet er als volgt uit :

 

De voeringjas wordt dadelijk zo in de buitenjas geschoven.

 

Om de voering in de blazerjas te zetten begint alles bij het halsbeleg. Je speldt de voering – met de goede kanten op mekaar – aan het beleg van de blazerjas van de ronding in het ene voorpand over de hele halslijn naar de ronding in het andere voorpand. Met een naadwaarde van 1 cm stik je deze naad in een vlotte beweging.

 

 

De rest van de onderrand van de voering van het voorpand strijk je 1 cm om naar binnen. De onderrand van de voering van het achterpand strijk je 0,5 cm naar binnen. Omdat ik eerder een heel stuk van de onderrand van de voering van het achterpand heb weggeknipt moet ik hier geen volume meer wegwerken en kan ik de voering met een zoompje van 0,5 cm in de jas naaien. Je moet een vlotte overgang zien te strijken tussen de 1 cm zoomwaarde van het voorpand en 0,5 cm van het achterpand. Je kan ook ineens de zoom van de mouwen 1 cm naar binnen strijken.

 

De zoom van de mouw van de voeringjas strijk je 1 cm naar binnen.

 

De omgestreken voering van de mouwen zet je met een slipsteekje met de hand vast op de onderrand van de zoom van de blazerjas. Om die manier blijft nog een 3-tal centimeter van de zoom van de blazerjas zichtbaar in de mouw.

De omgestreken voering van de rest van de voorpanden en het achterpand zet je ook vast met een slipsteekje met de hand, maar eerst moet je de uitsparingen voor de splitten vastspelden.

De middenachternaad van de voering is normaal tot 1 cm voor het einde dichtgestikt. De hoeken van de uitgespaarde splitten knip je nu ongeveer 0,5 tot 1 cm in en dan kan je de hele hoek van middenachternaad tot de onderrand van de zoom naar binnen plooien. Dit zoompje strijk je even in vorm. De uitsparing van de splitten in de voering kan je nu precies over de splitten in het achterpand van de blazerjas spelden. Naai ze zo met de hand vast en zoom ook de rest van de onderrand van de voering aan de blazerjas vast.

 

 

 

Afwerking.

De blazerjas is nu eigenlijk zo goed als afgewerkt.

In het rechtervoorpand heb ik nog twee knoopsgaten voorzien. Om dat vlotjes te doen heb je een speciaal naaimachinevoetje nodig. De meeste moderne naaimachines hebben ook een klein programma om gemakkelijk een knoopsgat mee te maken. Gewoon de stapjes volgen en de juiste knopjes op de machine omschakelen en een knoopsgat is vrij snel gemaakt. Om de lengte van de knoopsgaten af te stemmen op de knoopjes die je hebt gekozen is het wel aan te raden dat je eerst een paar keer oefent op een restje stof.

Zo weet je snel hoe het in zijn werk gaat en kan je proberen of je knoopje gemakkelijk door je knoopsgat gaat. Je markeert de diepte van het knoopsgat dat je wil met een potloodlijntje op je stikvoetje en je weet precies op welk punt je moet terugstikken.

 

Het stikvoetje dat je helpt snel een knoopsgat te stikken.

 

Op het linkervoorpand zet je op de merktekens die daarvoor voorzien zijn de twee knopen vast.

De randen van de opgestikte zakken, de splitten in de mouwen en de schouders wil ik nog afwerken met een zelfgemaakt galon. De blazerjas in het magazine heeft ook een galon rond de middenvoorrand en het revers en de kraag. Omdat ik de blazer ook geweldig vind met de kraag opstaand heb ik het galon aan de voorkant weggelaten.

 

 

Hoe ik met de bouclé stof een bijpassend galon heb gemaakt om de randen van de blazer mee te versieren kan je nalezen in deze blogpost.

Ik heb ineens een 3-tal meter van het galon voorzien en per onderdeel de lengte afgeknipt die ik daarvoor nodig had. De schakels van de ketting die ik erin heb verwerkt, heb ik ook maar doorgeknipt op het ogenblik dat ik het galon ging vastzetten op het betreffende jasonderdeel. Het galon vastzetten heb ik gedaan met een paar steekjes met de hand.

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties