Tutorial : Jurk met volumineuze mouwen wordt blouse – Burdastyle 03/2014

Op de foto in het magazine is het niet zo duidelijk, maar deze jurk heeft een geweldig schouderdetail en prachtige volumineuze mouwen ! De troeven van de jurk worden een beetje verstopt door het drukke dessin van de stof waarin hij werd uitgevoerd … .

 

 

De jurk heeft ook insteekzakken, maar omdat ik intussen beslist heb de jurk uit te voeren in een witte chiffonsatijn en omdat ik vrees dat de zakken door deze stofkeuze veel te zichtbaar zullen zijn door het voorpand, beslis ik ze weg te laten.

 

Benodigdheden.

Voor de jurk in maatje 36 heb ik het volgende nodig :

  • 2,35 meter witte chiffonsatijn van 1,30 meter breed
  • Fijne opstrijkbare tussenvoering (vlieseline G785)
  • Blinde rits van 40 cm
  • 3 kleine knoopjes
  • Fijne, ronde elastiek in een witte kleur

 

 Voorbereiding.

De rechthoeken die straks dienst zullen doen als mouwbiesjes en manchetten moeten nog getekend worden. Hiervoor moeten twee rechthoeken van respectievelijk 17cm x 4cm (de mouwbies) en 24cm x 6cm (de manchet) getekend worden.

In de rechthoek voor de mouwbiesjes is de naadwaarde al inbegrepen; aan de manchet moet rondom rond nog een naadwaarde van 1 cm voorzien worden.

 

Het is in dit project ook van groot belang dat alle merktekens heel precies worden overgenomen op de stof.

Omdat het straks moeilijk wordt om bepaalde randen af te werken eens ze gestikt zijn, kies ik ervoor om de volgende randen eerst te overlocken :

  • de rand van het halsbeleg
  • de randen van de middenachternaad
  • de randen van de zijnaden – nadat de coupenaden in het voorpand zijn gestikt.

 

Naden en zomen.

Het halsbeleg van de jurk is aangeknipt en dus al voorzien in de patroondelen van het voor- en achterpand; evenals de zoom. Rest ons alleen nog overal een naadwaarde van 1 cm te voorzien (uitgezonderd de mouwbiesjes en de zijden van die patroondelen die op een stofvouw worden geknipt).

 

Constructie van de jurk.

Verstevigen.

Slechts twee onderdelen van deze jurk moeten verstevigd worden : de schouderpasjes en de manchetten. Doorgaans is het voldoende dat – aan de binnenzijde van een patroondeel dat moet verstevigd worden – één zijde wordt verstevigd. Zowel bij de schouderpasjes als de manchetten heb ik de hele binnenzijde voorzien van een fijne opstrijkbare tussenvoering.

 

Het voor- en achterpand van de jurk.

Aangezien ik ervoor gekozen heb om de insteekzakken die in het ontwerp voorzien zijn achterwege te laten, vraagt de afwerking van het voor- en achterpand niet zoveel tijd.

In het voorpand moeten eerst de coupenaden gestikt worden. Als je niet precies weet hoe je best coupenaden of figuurnaden kan stikken : in dit blogartikel wordt deze techniek uitgebreid uitgelegd. Als de coupenaden in het voorpand gestikt en gestreken zijn, dan kunnen we de zijnaden nu best afwerken met een overlocksteek.

 

In het achterpand moet halverwege de rug een blinde rits (of een naadritssluiting zoals dat in Burda steevast wordt genoemd) worden ingebracht. De blinde rits wordt ingebracht in de middenachternaad terwijl deze panden nog niet aan mekaar zijn gestikt, ongeveer 10 cm onder de halsrand. Hoe je een blinde rits aanbrengt in een naad, kan je uitgebreid nalezen in dit blogartikel. Eens de blinde rits is aangebracht in de middenachternaad, dan kan de hele middenachternaad – vanaf de onderkant van de rits tot en met de zoom – gesloten worden met een rechte steek en een naadwaarde van 1 cm.

 

Het voorpand en het achterpand zijn voorlopig afgewerkt, dus nu kunnen we ze aan mekaar stikken via hun zijnaden. De zijnaden heb ik opengestreken en de onderrand van de jurk heb ik daarna in één beweging afgewerkt met een overlocksteek.

 

De mouwen.

Het “kroonstuk” van deze jurk zijn de mouwen en de schouderdetails. De mouwkoppen – die in brede plooien zijn gestikt – worden vastgezet op een schouderpasje, dat op zijn beurt het voor- en achterpand bijeenhoudt. De mouwen worden onderaan afgewerkt met een mouwsplit en manchet.

Om de plooien in de mouwkop te kunnen maken, moeten alle merktekens van het patroondeel precies worden overgenomen.

 

Het is belangrijk dat alle merktekens in de mouwkop en in de naadwaarde duidelijk worden overgenomen op de stof.

 

De plooien worden niet alleen gemaakt in de mouwkoppen, ze worden ook effectief gestikt met een diepte van 12 cm. Om de plooien te maken, vouw je de stof van de mouwkop precies zoals aangegeven door de merktekens : met de goede kant van de stof naar je toe leg je het eerste merkteken op het tweede merkteken. Je stikt de plooi met een rechte steek van het merkteken in de naadwaarde tot het merkteken dat er 12 cm onder ligt. Je hecht de draad daar ook af.

 

Om de eerste plooi te maken, vouw je de stof met de goede kanten op mekaar en je zorgt ervoor dat alle merktekens precies op mekaar liggen.

 

Zo maak je alle vijf vouwen in de mouwkop. Als de eerste vouw gestikt is, dan pas kan je beginnen aan de tweede. Je moet vouw na vouw stikken, want het is onmogelijk ze allemaal ineens vooraf te spelden zonder in de problemen te komen.

 

De gestikte vouwen aan de goede kant van de mouwkop.

De gestikte vouwen aan de binnenkant van de mouwkop. De vouwen zijn met een lange steek vastgeregen in de naadwaarde van de mouwkop.

 

Als alle plooien gestikt zijn tot 12 cm in de mouwkop, pers ze dan (langs de verkeerde kant van de stof) voorzichtig plat in de richting die is aangegeven. In de werkbeschrijving staat dat de plooien in de richting van het rugpand moeten worden gestreken. Daarna rijg je de plooien zo vast in de naadwaarde van de mouwkop, op ongeveer 0,7 cm van de bovenrand.

Je zal merken dat de laatste plooi voorbij de rand van de mouwkop komt. Deze plooi wordt gewoon bijgeknipt volgens de glooiing in de mouwkop.

 

Het mouwsplit met mouwbies en manchet.

De mouwkop is afgewerkt, dus nu kunnen we beginnen aan de afwerking van de manchet. Aan de afwerking van het mouwsplit met mouwbies en manchet heb ik een afzonderlijke en uitgebreide blogpost gewijd, dat je hier kan nalezen.

 

Het inzetten van de mouwen met de schouderpas.

Het eerste deel van het inzetten van de mouwen is eigenlijk kinderspel. Met de goede kanten op mekaar speld je de naad van de mouw in de armsgatopening tussen het voor- en achterpand van de jurk. Voor- en achterpand zijn nog niet met mekaar verbonden, omdat er geen schoudernaad is. Dat komt zo dadelijk als we de schouderpas zullen stikken.

 

Je begint best bij de mouwnaad en volgt daarna de ronding naar de mouwkop toe. Je zorgt ervoor dat de mouwnaad gelijk ligt met de zijnaad tussen voor- en achterpand en dat alle andere merktekens van de mouw en de panden ook op mekaar liggen.

De mouw past precies in de armsgatopening, dus het spelden zou vlot moeten gaan. Alleen de mouwkop met de plooien blijft vrij. Het begin- en eindpunt van de plooien in de mouwkop komen precies overeen met de vouwlijnen van het beleg in het voor- en achterpand. Je stikt de mouw met een rechte steek en een naadwaarde van 1 cm vast in de armsgatopening. Daarna werk je de samengenomen naadwaarden af met een overlocksteek. Je strijkt de naadwaarden naar de mouw toe.

 

De mouwkop met plooien wordt zo dadelijk aan de schouderpas gezet.

 

De schouderpas is een dubbelgevouwen ovaal, waarbij de vouw naar de hals toe komt te liggen en omheen de ronding ervan wordt de mouwkop met plooien vastgestikt.

Om deze schouderpas echt netjes in de schouder van de jurk te krijgen moet je heel precies tewerk gaan en ervoor zorgen dat alle merktekens precies op mekaar aansluiten.

De belegdelen van het voor- en achterpand vouw je open; de goede kant van de stof ligt boven. Je legt de merktekens in de vouw van de schouderpas precies op de merktekens in de vouw van de belegdelen. De ronding van de schouderpas speld je aan de mouwkop met de plooien – de goede kanten op mekaar. Het is een beetje wriemelen en prutsen om alles netjes aan mekaar gespeld te krijgen, maar met een beetje geduld lukt het wel. Let er op dat de mouwnaden naar de mouw toe zijn gestreken.

 

Voor het spelden van de schouderpas is het van belang dat alle merktekens en rijgdraadjes precies op mekaar aansluiten.

 

Met een rechte steek van gemiddelde steeklengte stik je nu voorzichtig de schouderpassen aan het voor- en achterpand en de mouwkoppen. De naad moet je daarna samengenomen overlocken en de begin- en einddraadjes van de overlock instoppen. Ook dit is een precies werkje waar je best je tijd voor neemt.

Als alle overlockdraadjes zijn ingestopt, zijn de mouwen en schouders afgewerkt.

 

De mouwpas – bovenaanzicht.

 

Het rugsplit.

Omdat ik de sluiting van het rugsplit wou afwerken zoals de manchetten – met een knoopje en een elastiekje – heb ik hier ook een beetje afgeweken van de werkbeschrijving in het magazine.

Eerst heb ik de naad van 1 cm aan elke zijde van het rugsplit naar binnen gestreken. Hiervoor moet je wel de belegdelen van het rugpand openleggen. Je strijkt eigenlijk de naad om in het verlengde van de blinde rits die al in het rugpand zit. Daarna worden de belegdelen van het rugpand weer naar binnen geplooid, maar aan één zijde moeten we er een elastiekje – waar we het rugpand mee zullen sluiten – tussen naaien.

Hoe je dat elastiekje voorbereidt en op z’n plaats houdt om het in een naad te verwerken, kan je uitgebreid nalezen in de blogpost over het mouwsplit met mouwbies en manchet.

 

Als de positie van het elastiekje bepaald is (op een millimetertje of 3 van de vouw van het beleg) en het zit voorlopig vast tussen het rugpand en het beleg, dan kan je beide zijden van  het rugsplit zo vastrijgen. Je werkt het rugsplit af door het door te stikken op 0,5 cm van de rand : je begint met een rechte steek bovenaan aan één zijde en stikt zo naar de blinde rits toe. Je stikt tot voorbij 1,5 cm de kop van de rits. Je hecht de draad daar af en je stikt de andere zijde van het rugsplit door op precies dezelfde manier.

Het rugsplit is helemaal afgewerkt als je er nog een knoopje aanzet dat past bij de knoopjes van de mouwmanchetten.

 

De zijkanten van het naar binnen gevouwen halsbeleg stik je aan de binnenkant van de jurk best ook vast op de naadwaarde van de mouwkoppen. Zo blijft het beleg van het voor- en achterpand altijd netjes op z’n plaats zitten.

 

Vooraleer ik de jurk zou omzomen wou ik toch even kijken of hij helemaal paste en op welke hoogte ik hem precies wou omzomen.

De jurk viel echter helemaal niet mooi … . Het bovenstuk met de mouwen en de schouderdetails was heel mooi, maar de onderkant van de jurk deed deze prachtige schouderlijn echt oneer aan. Hier zou ik geen jurk van maken … . Ik zou het ook een vreselijke verspilling vinden van al het werk en de energie die ik er had ingestoken moest ik het hele werk aan de kant gooien. Ik trok er gewoon een broek overheen en stopte de onderkant van de jurk in de broek. Dit kon een prachtige blouse worden !

 

De jurk wordt een blouse.

Om van de jurk een blouse te maken heb ik volgende gedaan :

  • Naar het voorbeeld van een andere satijnen blouse wou ik de onderrand van de blouse niet recht afknippen, maar mooi gebogen. Hiervoor heb ik de zijnaden van de jurk netjes op mekaar gespeld om er zeker van de zijn dat het voorpand en het achterpand recht en precies op mekaar lagen.

 

  • Ik heb er daarna een andere blouse overheen gelegd om te bepalen waar de onderrand van de blouse moest komen. Met een potloodlijntje heb ik het diepste punt van de zoom gemarkeerd. Ook op de zijnaden van de witte jurk heb ik de punten van de zoom van de voorbeeldblouse gemarkeerd met een potloodlijntje.

 

  • Omdat ik de zoom van de nieuwe blouse zou afwerken met een doorgestikt zoompje, heb ik ineens 2 cm zoomwaarde toegevoegd aan deze gemarkeerde punten. Het eindpunt van de zoom ter hoogte van de zijnaden lag op 38 cm onder het okselpunt, dus heb ik op iedere zijnaad een punt 40 cm gemarkeerd (38cm + 2cm zoomwaarde). Voor de diepste punten in de glooiing van de zoom (in het midden van het voorpand en achterpand) heb ik precies hetzelfde gedaan.

 

  • Met een tekenliniaal heb ik de punten op de zijnaad van de jurk en in het midden van het voorpand, respectievelijk verbonden.

 

De nieuwe zoomlijn voor de blouse.

 

  • Voor je kan beginnen knippen moet de blinde rits losgetornd worden uit het rugpand. Hier is voorzichtigheid geboden om geen gaatjes in de stof te maken. Een klein stukje van het rugsplit dat eerder werd doorgestikt zal ook opnieuw moeten losgemaakt worden.

 

  • De naad helemaal sluiten met een rechte steek en een naadwaarde van 1 cm. Deze mooi openstrijken.

 

  • De jurk op de zoomlijn afknippen en de zoom afwerken door eerst 0,7 cm van de onderrand naar binnen te strijken en daarna de omgeplooide zoom opnieuw ongeveer 0,7 cm naar binnen te strijken. Smal doorstikken met een rechte steek.

 

  • De losgetornde steekjes van het rugsplit moeten opnieuw gestikt worden, tot voorbij 1,5 cm van de nieuw gesloten naad. Dat kan je doen in één beweging door te beginnen aan één kant van het rugsplit en ter hoogte van1,5 cm voorbij het einde van het rugsplit je naald in het werk te laten zitten. Het werkje keren en een rechte lijn van ongeveer 1 cm over de middenachternaad stikken. De naald opnieuw in het werk laten zitten, het werk keren en langs de andere zijde van het rugsplit weer naar boven stikken.

 

Het bijgewerkte rugsplit.

Het bijgewerkte rugsplit.

 

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties