Naaitechniek : Zichtbare zakken met ritsen in een stijlvolle joggingbroek – Burda 05/2017

Ik houd van satijn. Niet de harde blinkende polyestersatijn die vaak voor carnavaloutfits of verkleedkostuums wordt gebruikt, maar de zachte, soepele, gladde satijn die een eerder luxueuze uitstraling heeft. Luxueus hoeft niet altijd “duur” te zijn… en luxueus kan ook best “sporty” zijn … .

 

In de editie van mei 2017 van Burdastyle vond ik een geweldige broek die aan alle bovenstaande omschrijvingen voldeed : een joggingbroek met elastiek in de taille en rond de enkels, uitgevoerd in (zijde)satijn. De constructie van het model is heel eenvoudig en door de keuze van de stof krijgt het model een stijlvolle uitstraling.

 

De joggingbroek in de editie 05/2017 van Burdastyle werd uitgevoerd in een zijdesatijn.

 

 

Benodigdheden.

Om deze broek in maatje 36 uit te voeren had ik volgende benodigdheden nodig :

  • 2 meter zwarte chiffonsatijn (polyester)
  • 2 niet-deelbare zwarte ritsen van 14 cm lang
  • elastiek voor de taille : 3 repen van 73 cm lang, 1,6 cm breed
  • elastiek voor de enkelbanden : 2 x 3 repen van 24 cm lang, 1,6 cm breed

 

Het originele model van de broek is in de taille – naast elastiek – ook afgewerkt met koord en twee oogjes; maar deze heb ik omwille van esthetische redenen weggelaten. In de middelste tunnel van de tailleband heb ik een extra elastiek toegevoegd.

Je zou ook de zakken met de zichtbare ritsen kunnen weglaten, maar dan wordt de broek een joggingbroek zoals iedere andere … .

 

 

Voorbereiding.

In de constructie van de broek op zich zitten niet echt ingewikkelde onderdelen en het patroon is ook héél eenvoudig. Het enige wat een beetje “tricky” is aan deze broek zijn de zichtbare zakopeningen in het voorpand. Het voorste zakdeel (het zakdeel dat tegen de binnenkant van het voorpand van de broek zit) moet via de zakopening aan het voorpand van de broek worden gestikt, dus alle markeringen moeten nauwkeurig en duidelijk worden overgenomen.

Het overnemen van merktekens op stof die niet op een naad of zoom, doe ik steevast met rijgdraadjes. De vier hoekpunten van de zakopening heb ik eerst met rijgdraadjes in een contrasterende kleur gemarkeerd en nadat het patroonpapier is verwijderd van de stof, heb ik deze vier hoekpunten met kleermakerskrijt en een lat met elkaar verbonden. Deze zakopening moet precies worden gemarkeerd op beide voorpanden van de broek.

Het zakdeel moet 4 keer worden geknipt, maar de markeringen moeten op slechts 2 zakdelen worden overgenomen : die delen die via de zakopening aan het voorpand zullen worden gestikt. Omdat er steeds wordt gestikt op de verkeerde kant van de stof breng je deze markeringen op de verkeerde kant van de stof.

 

 

Naden en zomen.

Aangezien de broek zowel in de taille als aan de enkels wordt afgewerkt met een tunnel waar elastieken doorgaan, moet er geen zoomwaarde worden voorzien. Alleen naadwaarde en deze bedraagt overal 1 cm.

 

 

Constructie van de broek.

Verstevigen.

De werkbeschrijving vraagt om – vooraleer de zakken worden gestikt – de zakopeningen te verstevigen met een strook opstrijkbare tussenvoering (vlieseline) van 4 cm breed. Aangezien de stof waar ik deze broek in uitvoer stevig genoeg is om het gewicht van de ritsen te dragen, heb ik ervoor gekozen om de zakopeningen niet te verstevigen.

 

De zichtbare zakken in de voorpanden.

Omdat de chiffonsatijn een beetje glad is en verschillende stoflagen ten opzichte van mekaar gemakkelijk verschuiven, is het van belang om bij het spelden van de zakopeningen heel precies tewerk te gaan.

Eerst heb ik het voorste zakdeel – via de rechthoek van de zakopening – aan het voorpand gespeld, de goede kanten op mekaar. Precies op de markeringslijnen. De zakopening is in kleermakerskrijt op de verkeerde kant van de stof gemarkeerd.

 

De gespelde zakopening op de verkeerde kant van het voorpand.

 

Omdat we straks op deze markeringslijnen moeten stikken, moeten ze zichtbaar zijn, dus heb ik rondom de zakopening de twee patroondelen op mekaar geregen met garen in een contrasterende kleur. De kopspelden kunnen er daarna weer uit.

 

 

Omdat de zakopening zichtbaar is in het voorpand van de broek, wil ik dat hij daar ook perfect uitgevoerd is. Daarom kies ik ervoor om te stikken op de markeringslijnen die zijn aangebracht op het voorpand van de broek. Moest het zakdeel ter hoogte van de zakopening nog een beetje verschuiven, dan is dat niet zichtbaar aan de buitenkant van de broek. Met een rechte steek stik je precies op de lijnen van de zakopening.

 

De stiklijnen van de zakopening, precies op de markeringen in kleermakerskrijt.

 

 Als de zakopening gestikt is, dan moet deze opengeknipt worden : een lange rechte tussen de stiksels; de hoekjes moeten schuin ingeknipt worden.

 

De opengeknipte zakopening.

 

 

Langs de randen van de opening geef je kleine knipjes tot precies tegen de stiklijn.

 

 

Het zakdeel trek je nu helemaal door de zakopening zodat de goede kanten van de stof naar buiten liggen.

 

 

Deze zakopening moet nu netjes in vorm gestreken worden zodat we er onmiddellijk de rits in kunnen rijgen. Bij het persen of strijken van satijn is het van belang om geen stoom te gebruiken als dat niet nodig is. Stoom kan blaasjes of vlekken maken in de stof. Deze en nog meer tips over het werken met en het onderhoud van satijn kan je in dit blogartikel terugvinden.

 

Als de zakopening netjes is opengestreken, dan kan de rits eronder gelegd worden op zo’n manier dat de rits van boven naar onder geopend wordt. Om ervoor te zorgen dat ook het voorste zakdeel op zijn plaats blijft zitten, heb ik dat op de taillelijn vastgespeld. Om de rits netjes op zijn plaats te kunnen stikken is het best dat je deze eerst vastrijgt.

 

 

Voor je kan beginnen aan het stikken van de rits in de zakopening, moet je eerst je gewone naaimachinevoetje vervangen door een smal ritsvoetje. Zo kom je met je naaimachinenaald het dichtst bij de tandjes van de rits. Met een rechte steek stik je eenvoudigweg rondom de zakopening, zo dicht mogelijk tegen de tandjes van de rits op +/- 2 mm van de naad.

 

 

Het tweede zakdeel kan nu worden vastgestikt aan het voorste zakdeel, de goede kanten op mekaar. De bovenrand van de zak (van beide zakdelen) rijg je gewoon vast aan de taillerand. Als beide zakdelen rondom aan mekaar zijn gestikt, dan werk je de naadwaarde best samengenomen af met een overlock– of zigzagsteek. Een onafgewerkte naad in satijn gaat rafelen.

 

Het tweede zakdeel wordt op het eerste zakdeel gespeld; de goede kanten op mekaar.

 

 

De broekspijpen.

Los van de opening aan de taillerand zijn de zakken in de voorpanden nu afgewerkt, dus alle delen van de broekspijpen kunnen aan mekaar gezet worden. Dat doe je door eerst de zijnaden en de binnenbeennaden te stikken en ze daarna samengenomen af te werken met een overlock- of zigzagsteek. De naden strijk je naar achteren.

Om de kruisnaad gemakkelijk te stikken neem je één van de broekspijpen met de goede kant van de stof naar binnen. Je neemt de andere broekspijp met de goede kant naar buiten en schuift deze helemaal in de eerste broekspijp totdat de kruisnaden van beide pijpen op mekaar liggen. Je zorgt ervoor dat de binnenbeennaden van beide broekspijpen precies op mekaar liggen en je stikt de kruisnaad in één beweging van de taillerand over de binnenbeennaad naar de andere taillerand. Ook deze naad kan je best samengenomen overlocken.

 

De tailleband.

De tailleband zoals deze origineel is voorzien in de werkbeschrijving bestaat uit 3 tunnels. In de bovenste en de onderste wordt een elastiek geregen; in de middelste wordt een koord geregen. Het koord heb ik weggelaten, dus in de middelste tunnel komt ook een elastiek.

De tailleband, die in de lengte gelijk is aan de omtrek van de taille van de broek, moet eerst worden gesloten via haar korte zijden. Daarvoor plooi je de tailleband dubbel in de breedte, de goede kanten op mekaar, de naden van de korte zijden op mekaar. Om de tailleband zodanig te sluiten dat we er straks nog 3 elastieken kunnen doorrijgen, mogen we de korte zijden niet helemaal dichtstikken.

Om hier nauwkeurig te werk te kunnen gaan markeer je best :

* het midden van de korte zijde (daar waar de tailleband straks in de lengte dubbel zal worden gevouwen)

* en de naadwaarde van 1 cm die voorbij het midden ligt.

De korte zijden van de band stik je met een rechte steek en een naadwaarde van 1 cm tot ongeveer 3 mm voorbij het midden van de korte zijde en je hecht de draad af. 3 mm vóór de 1 cm naadwaarde zet je je naald weer in het werk en stik je de laatste 1,3 cm van deze naad dicht.

 

Strijk deze naad open en vouw de tailleband nu dubbel in de lengte, de goede kant van de stof naar buiten. De omtrek van deze tailleband is precies even lang als de omtrek van de taille van de broek. Om deze tailleband aan de broek te stikken, schuif je hem over de taillerand van de broek, de goede kanten op mekaar. De tailleband heeft natuurlijk zowel boven als onder een goede kant (hij is zonet in de lengte dubbelgevouwen met de goede kanten naar buiten), dus je zorgt ervoor dat de opening in de naad van de tailleband (langs dewelke de elastieken zullen ingeregen worden) straks aan de binnenkant van de broek zal zitten. Idealiter ligt de opening in de naad van de tailleband nu dus naar je toe. Ik heb de enige naad van de tailleband gelijk gelegd met de middenachternaad in de broek.

Je speldt de tailleband zo vast aan de taille van de broek.

 

De opening in de naad van de tailleband langs dewelke de elastieken straks ingeregen zullen worden.

 

Je stikt de tailleband aan de taille van de broek met een rechte steek en werkt de naad daarna samengenomen af met een overlock- of zigzagsteek.

 

Vooraleer we beginnen met de verdeling van de tailleband in 3 tunnels, is het verstandig om de opening in de naad eerst voorlopig dicht te rijgen met een maassteek. Zo vermijd je dat –  als de stof een beetje begint te trekken bij het stikken van de lange rijen rechte steken – deze naad gaat gapen.

 

 

Om te vermijden dat de stof van de tailleband begint te verschuiven of te trekken tijdens het stikken van de tunnels is het ook aangeraden om de tailleband goed vast te pinnen. Zo blijft de stof netjes op zijn plaats zitten.

 

De evenwijdig gestikte tunnels in de tailleband.

 

De tailleband heeft – na hem aan de broek te hebben gezet – een hoogte van 5 cm die moet verdeeld worden in 3 tunnels. Dat betekent dat iedere tunnel 1,67 cm breed is (5 cm /3). Met een rechte steek stik je deze tunnels op gelijke afstand van mekaar (1,67 cm).

Van een brede taille-elastiek van 6 cm breed heb ik 3 stroken van 1,6 cm breed en 73 cm lang geknipt (71 cm voor mijn taille + 2 cm naad om de elastiek dicht te stikken). Deze elastiek is niet zichtbaar, dus ik heb een bredere gewoon tot smallere stroken verknipt.

In de werkbeschrijving stond dat de elastiek 76 cm lang moest zijn (+ 2 cm naad), maar dat bleek voor mijn taille véél te groot.

 

De elastieken die dadelijk in de tunnels worden geregen.

 

Als je met elastiek werkt is het beter om de werkbeschrijving van een model eventjes ter zijde te laten en gewoon de elastiek rond je taille (of enkels – zie hieronder) te leggen en de lengte te voorzien die past in je taille. De elastiek moet comfortabel zitten zonder dat hij spant. Voorzie gewoon nog een centimetertje of 2 naad om hem aan mekaar te kunnen stikken en je hebt de perfect lengte voor jouw tailleomtrek.

 

Als de stroken zijn gestikt verwijder je de rijgdraadjes in de middenachternaad van de tailleband en met een veiligheidsspeld of ander hulpmiddel dat goed werkt voor jou, rijg je de smalle elastieken door de tunnels. Vooraleer je de uiteinden van de elastieken stroken aan mekaar stikt controleer je best of de elastiek nergens in de tunnel gedraaid zit. Als de breedte van de elastiek niet precies gelijk is aan de breedte van de tunnel, dan is er “bewegingsruimte” en kan de elastiek zich draaien.

Je gaat op dezelfde manier tewerk voor de 3 tunnels. Als alle elastieken ingeregen zijn kan je de middenachternaad nog met een steek met de hand sluiten, maar je zal merken dat dat niet nodig zal zijn. Ik heb de middenachternaad van de tailleband niet meer gesloten; hij blijft perfect zitten en de elastieken zijn door hun eigen trekkracht ook niet zichtbaar door de opening.

 

De afgewerkte tailleband.

 

De enkelbanden.

Voor de enkelbanden ga je op precies dezelfde manier tewerk. De breedte van iedere enkelband is – nadat hij aan de onderrand van iedere broekspijp werd gestikt – 5 cm. In de werkbeschrijving werden slechts 2 tunnels voorzien om elastieken door te rijgen; ik heb naar het voorbeeld van de tailleband voor de enkelbanden ook 3 tunnels voorzien.

Iedere tunnel is dus 1,67 cm breed. De lengte van de elastieken voor de enkels is in mijn geval 22 cm + 2 cm naad = 24 cm.

Ik heb dus 6 stroken van 24 cm x 1,6 cm voorzien en de enkelbanden exact zoals de tailleband afgewerkt.

 

 

Deze heerlijke broek is het resultaat :

 

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties