Het was alweer sedert de Rocha jas geleden dat ik nog eens een vestje in mekaar had gezet. In de Knipmode van mei 2016 – ruim een jaar geleden dus – stond een kort getailleerd vestje dat ideaal is voor de wat frissere lente- en zomerdagen. Het jasje is kort, heel nauw getailleerd en valt perfect op het lichaam. Het heeft tegelijk ook een hele vlotte, sportieve look want het sluit vooraan eenvoudig met een rits.

 

Het vestje in het magazine, integraal uitgevoerd in dezelfde stof.

 

Benodigdheden.

Om dit geweldige jasje in maatje 34 uit te voeren heb ik 1,25 meter stof van 1,40 meter breed nodig. Verder heb ik ook versteviging van lichte kwaliteit (H180) nodig en een deelbare rits van 45 cm.

Omdat ik vreesde dat het jasje nogal ééntonig zou worden als het integraal zou worden uitgevoerd in dezelfde stof, besloot ik om het jasje uit te maken in twee verschillende stofjes.

Ik koos voor een jacquard jersey in zwart met witte strepen voor het lijfje (waarvan ik 60 cm nodig heb) en besloot de schouderpassen en de mouwen uit te voeren in een geruite zwarte jacquard jersey (waarvan ik 70 cm nodig heb). Omdat ik het jasje wil uitvoeren in twee verschillende stoffen, kan ik het knipvoorbeeld uit het magazine niet volgen. Toch heb ik voor maatje 34 heel zuinig kunnen werken en had ik in totaal slechts 1,30 meter stof nodig. Door de lichte wattering van de jacquard jersey kon ik het jasje ineens wat body geven ook.

 

Een deelbare rits van 45 cm lang.

 

Naden en zomen.

Alle naden krijgen 1 cm naadwaarde; voor de zoom aan de onderkant van het lijfje en de mouwen heb ik 3 cm zoomwaarde voorzien.

Bij het uitleggen van de patroondelen van het lijfje op de stof met strepen is het van cruciaal belang dat de horizontale strepen over de verschillende patroondelen mooi doorlopen. Daarom moet je hier extra aandacht hebben voor de draadrichting en moet je ervoor zorgen dat de merktekens op de verschillende patroondelen die op mekaar aansluiten, op dezelfde strepen aansluiten.

 

Constructie van het vestje.

Verstevigen.

De belegdelen voor de binnenkant van het vestje moeten worden verstevigd :

  • de binnenste voorpanden
  • het halsbeleg van het rugpand
  • een strook van 3 cm op de binnenste schouderpassen

 

Alle belegdelen voor de binnenkant van het vestje die voorzien zijn van opstrijkbare versteviging.

 

 

De naden en deelnaden van het voorpand en het achterpand.

De moeilijkheid bij het sluiten van de voorpanden en het achterpand, door de verschillende patroondelen aan mekaar te stikken, is ervoor te zorgen dat de horizontale strepen mooi doorlopen. Met dit sterk getailleerde jasje heb ik ondervonden dat dit géén evidentie is en dat je de panden héél precies moet spelden om een zo goed mogelijk resultaat te bekomen. En dan nog krijg je vaak speling in het patroon ter hoogte van de naad. Bij de deelnaad van het ene voorpand is dit perfect gelukt; bij het andere voorpand liepen de strepen helaas niet exact door … .

 

Over deze deelnaad lopen de horizontale strepen perfect door …

 

Over deze deelnaad lopen de horizontale strepen wat minder perfect door …

 

Als alle deelnaden van beide voorpanden en het achterpand gestikt zijn, dan moeten ze samengenomen worden overlockt en naar het midden toe worden gestreken. Voor het voorpand betekent dit richting rits, voor het achterpand betekent dit richting middenachternaad. De naadwaarde moet daarna op 0,75 cm van de naad worden doorgestikt om ze mooi plat te maken.

 

De doorgestikte deelnaad van één van de voorpanden.

 

De schouderpassen.

Beide voorpanden en het achterpand worden aan mekaar gezet door middel van de schouderpassen. De schouderpassen worden eenvoudigweg met een rechte steek aan de delen van het voorpand gestikt en de naadwaarde wordt daarna samengenomen overlockt. Daarna worden deze schouderpassen op dezelfde manier aan het achterpand gestikt. De overlockte naadwaarden van de schouderpassen mogen in deze fase nog niet worden doorgestikt; dat komt later als het beleg in het jasje is gezet. De overlockte naadwaarden van de schouderpassen heb ik naar het midden van de schouderpas toe gestreken.

 

De zijnaden.

Omdat ik ondervonden heb dat het aansluiten van de horizontale strepen bij het stikken van de deelnaden van de voorpanden en het achterpand niet zo’n eenvoudige klus is, wou ik er bij het stikken van de zijnaden toch wat extra aandacht aan besteden. Ik heb de zijnaden van het jasje dan ook bijzonder minutieus gespeld om ervoor te zorgen dat de strepen ter hoogte van de stiklijn (op 1 cm van de zijrand) precies op mekaar konden doorlopen.

 

 

Zoals op de goede kant van het werk te zien is, is dat toch niet perfect gelukt … . De licht gewatteerde jacquard jersey durft hier en daar toch nog een millimetertje verschuiven onder het stikvoetje van mijn naaimachine.

 

 

Voor een gladde cleane look aan de binnenkant van het jasje worden de gestikte zijnaden samengenomen overlockt, naar achteren gestreken en op het achterpand op 0,75 cm doorgestikt.

Het werd niet expliciet opgenomen in de werkbeschrijving van het magazine, maar na het sluiten van de zijnaden van het vestje heb ik de hele onderrand van het jasje in één beweging afgewerkt met een overlocksteek. Het is belangrijk dat dit in deze fase al gebeurt, zo vermijd je moeilijkheden achteraf.

 

De belegdelen.

Om de binnenkant van het jasje te verstevigen, zijn er langs de halsrand van het achterpand, onder de schouderpassen en langs de rits in het voorpand belegdelen voorzien. Al deze belegdelen heb ik vooraf ook verstevigd met opstrijkbare vlieseline.

 

 

Vóór deze belegdelen aan het jasje zelf worden gestikt, worden ze eerst aan mekaar gezet.Om hiermee te beginnen worden de randen van het halsbeleg, de voor- en achternaad van de schouderpassen en de belegdelen van het voorpand eerst afgewerkt met een overlocksteek. Voor het beleg van het voorpand moet alleen de zijrand, die zichtbaar zal blijven aan de binnenkant van het jasje, worden overlockt.

De beleg-schouderpassen worden elk eerst aan de belegdelen van het voorpand gestikt; daarna worden ze aan het halsbeleg gestikt.

Het hele beleg voor de binnenkant van het jasje is nu klaar, maar vooraleer we dat aan het jasje zelf gaan stikken, moeten we eerst de deelbare rits van het voorpand netjes op zijn plaats rijgen.

 

De rits in het voorpand.

Op zich is het rijgen van de rits in het voorpand niet zo’n grote uitdaging, ware het niet dat we voor dit jasje werken met een stofje waar de horizontale strepen over de rits heen moeten doorlopen.

Voor het rijgen van de (deelbare) rits begin je door het jasje met de goede kant van de beide voorpanden voor je te leggen. Je speldt er daarna de respectieve delen van de rits op – goede kant op goede kant – de tandjes van de rits wijzen naar de zijnaden van het jasje (In de blogpost over de Rocha jas van La Maison Victor wordt het inzetten van een deelbare rits uitgelegd met een aantal foto’s). Daarna rijg je de ritsbandjes op beide voorpanden (ik heb dat met de hand gedaan en heb een garen in een contrasterende kleur gebruikt) en je sluit de rits om te kijken of het patroon in de stof – in dit geval de horizontale strepen – netjes doorloopt. Als dat het geval is, dan ben je klaar voor de volgende stap in de constructie van het jasje. Als dat niet geval is, dan moet je één van de ritsbandjes losmaken en herpositioneren ten opzichte van het andere ritsbandje totdat je tevreden bent over de continuïteit van het patroon in het voorpand.

 

Afwerking van de binnenkant.

Als alles goed is gegaan is de rits netjes in positie geregen en kunnen we alle belegdelen in één keer langs de halsrand en de middenvoornaden van het jasje spelden.

Bij het spelden moet je er wel voor zorgen dat de naadwaarden van de schouderpassen en beleg-schouderpassen naar de schouder toe liggen.

Ook de belegdelen van het voorpand en de voorpanden worden in deze fase aan mekaar gespeld, de rits er netjes tussenin geregen.

Eerst wordt de halsrand met 1 cm naadwaarde gestikt. Om de belegdelen van het voorpand aan de voorpanden te stikken moet eerst het gewone stikvoetje op je naaimachine vervangen worden door een ritsvoetje. Alleen op deze manier krijg je de ritsbandjes netjes tussen deze stoflagen gestikt.

Als alle belegdelen aan het jasje zijn gestikt, geef je knipjes in de naadwaarde van de halsrand (tot op 2 mm van de stiklijn) en knip je de hoekjes van de halsrand met het voorpand weg.

 

 

Vooraleer het jasje met de goede kant naar buiten te keren, moeten de belegdelen van het voorpand op de zoomlijn aan het voorpand worden gestikt.

Daarna kan het jasje worden gekeerd en kan aaneensluitend het volgende gebeuren :

  • Het persen van de halslijn
  • Het verwijderen van de rijgdraadjes in de ritsbandjes
  • Het persen van de voorpanden met rits en beleg
  • Het innaaien van een halsetiket, indien gewenst
  • Het vaststikken van het halsbeleg aan het middenachterpand met een kort stiksel.

 

Vooraleer de mouwen in het jasje worden gezet, moeten de schouderpassen worden doorgestikt op hun belegdelen. Daarvoor moeten we ervoor zorgen dat de naadwaarden van de schouderpassen en de beleg-schouderpassen naar de schouder toe zijn gestreken. Om ze voor het doorstikken netjes op hun plaats te houden, speld je ze best aan mekaar langs de mouwopening en pers je het geheel nog even goed. Doorstikken doe je met een rechte steek op 0,75 cm van beide naden.

 

De aanééngespelde binnenste en buitenste schouderpassen.

 

De mouwen.

Om de mouwen in het jasje te zetten begin je best bij het overlocken/afwerken met een zigzagsteek van elke onderrand. Daarna sluit je de mouwen door de mouwnaden met een rechte steek dicht te stikken en de naadwaarden samengenomen te overlocken. Om deze mouwnaad plat te strijken gebruik je best een mouwplankje. Ik strijk de mouwnaden altijd naar achter. Voor de mouwen worden ingezet in de mouwgaten van het jasje vind ik het handig om eerst de mouwzoom af te werken : de zoom 3 cm naar binnen omvouwen, persen en hem daarna met een rechte steek doorstikken.

De mouwen worden ingezet door ze in de mouwgaten te schuiven – de verkeerde kant van het jasje ligt naar buiten – en de merktekens op mekaar te doen aansluiten. Bij dit jasje lukt dit perfect, er is geen speling tussen de mouwkop en het mouwgat. Netjes vastspelden en stikken met een rechte steek. Daarna de naad samengenomen overlocken of afwerken met een zigzagsteek.

 

Zomen en doorstikken.

De finale afwerking van ons prachtige jasje is in zicht !

Het binnenbeleg van de voorpanden is reeds ter hoogte van de zoomlijn aan de buitenste panden van het jasje gestikt, dus moeten we slechts de rest van de zoom van het jasje 3 cm naar binnen vouwen, spelden en goed persen. Voorlopig stikken we de zoom nog niet door; eerst komen de halsrand en de voorpanden nog.

Voor het mooiste resultaat is het beter dat we de voorpanden met de rits en de halsrand goed platpersen en de naaimachine instellen op een lange steeklengte. Om de voorpanden en de halsrand in één beweging door te stikken beginnen we onderaan één voorpand op 0,75 cm van de middenvoorrand en stikken we voorzichtig omhoog tot op 0,75 cm van de halsrand. Zonder de naald uit het werk te halen draai je dan het werkje zodanig dat je de halsrand ook op 0,75 cm van de naad kan doorstikken. Voorzichtig stik je zo verder tot aan het andere voorpand en zonder de naald uit het werk te halen stik je opnieuw op 0,75 cm van de middenvoornaad helemaal naar de onderrand van het jasje.

Om de zoom door te stikken beginnen we op de stiklijn van het doorstikselNIET op de rits zelf – en stikken we met een lange steeklengte op +/- 3 cm van de omgevouwen onderrand van het ene voorpand naar het andere.

 

 

Het is een héél aansluitend getailleerd jasje geworden. Dames die graag ietsje meer ruimte in dit of een soortelijk jasje willen, maken deze dan best een maatje groter.

 

 

Advertenties