In de Burdastyle van september 2012, waar het leuke patroon voor het shirtje met schouderpads instond, is mijn oog ook blijven staren naar een prachtige jas uitgevoerd in imitatie omgekeerd lam of imitatie lammy, zoals dat in stoffenjargon ook  wel eens genoemd wordt. Ik vind de jas ontzettend apart, enerzijds door zijn eenvoud, maar ook door het materiaal waarin hij is uitgevoerd. De combinatie van het ontwerp met de stofkeuze resulteert in een fabuleus kledingstuk. De hoogste tijd dus om dit project ook te realiseren.

 

lamy-2a

 

Benodigdheden.

Om deze geweldige jas te maken, heb je eigenlijk maar een minimum aan benodigdheden nodig :

Voor de maat die ik voor ogen heb (maat 72 uit de lange damesmaten), heb ik

Met de haakjes en oogjes wordt de jas vooraan gesloten. In de werkbeschrijving van Burdastyle hadden ze het over 3 haakjes en oogjes; ik vond dat de jas mooier sloot met wat meer haakjes en oogjes.

 

Aanpassingen.

Onder de werkbeschrijving is een tabel opgenomen met “lange damesmaten”, waarin de meeste lichaamsmaten zijn opgenomen. Om te achterhalen voor welke maat ik het patroon moest knippen heb ik de voor deze jas de meest relevante lichaamsmaten gecontroleerd : de bovenwijdte, de tailleomtrek en de heupomtrek. Mijn bovenwijdte en heupomtrek stemden precies overeen met de maten opgegeven voor maat 72, maar met mijn tailleomtrek zat ik al een maatje hoger (76). Maatje 72 in de lengtematen stemt overeen met maat 36 in de gewone damesmaten.

Om verrassingen te vermijden als de jas af is (stel je voor dat ik hem niet kan sluiten omdat hij te krap zit op de taille haha !) wil ik toch graag de taille aanpassen. Dat kan heel gemakkelijk gebeuren door de patroondelen voor maat 72 over te nemen en een kleine verbreding van 4 cm te doen ter hoogte van de taille.

Omdat zowel het voorpand als het achterpand van de jas is opgedeeld in meerdere stroken zijn er in totaal 12 punten waar ik de 4 centimeter extra kan op verdelen. Alleen op de stofvouw, waar het middenachterpand wordt op geknipt, en op de twee middelste voorpanden kan ik geen verbreding toepassen.  Op de twaalf bruikbare taillepunten moet ik (40 mm/12) 3,33 mm verbreden. Op deze manier wordt de taille met één confectiemaat (= 4 cm) verbreed.

 

Op twee patroondelen van deze jas is de taille duidelijk aangegeven : het middenachterpand en de twee voorste panelen die samen middenvoor uitmaken. De taillelijn moet dus nog gemarkeerd worden op de twee achter-zijpanelen en de twee voor-zijpanelen. Dat kan heel gemakkelijk gebeuren in functie van de merktekens die op alle patroondelen zijn aangebracht : gewoon deze merktekens “matchen” op de bij mekaar aansluitende panelen en in functie daarvan de taillehoogte markeren.

Ter hoogte van deze taillelijn maak ik een kleine verbreding van 3,33 mm op de 12 punten die hiervoor in aanmerking komen. Met een glooiende lijn van het tekenliniaal verbind je deze nieuwe taillewijdte met de bestaande zijnaden.

 

lamy-4a

lamy-5b

 

 Ik heb ook nog even de achterlengte van de jas nagemeten en die bedroeg 100 cm. De jas komt dus tot net onder de knie en dat is perfect !

 

Naden en zomen.

Aan de jas wordt geen zoom voorzien. Ook aan de halsrand en de middenvoorranden is er geen afwerking of zoom voorzien. Dat betekent dat de panelen netjes moeten worden uitgeknipt, want de kniplijn is ineens de afgewerkte rand.

Omdat aan deze jas het merendeel van de naden aan de buitenkant zit, heb ik voor alle naden die zichtbaar zijn aan de buitenkant van de jas 1,5 cm naadwaarde voorzien. Gewoon voor het gemak om de panden netjes aan mekaar te kunnen zetten. In de werkbeschrijving wordt aanbevolen voor de zichtbare naden slechts 3mm naadwaarde te voorzien, maar hoe je met een naadwaarde van 3mm een zichtbare naad netjes stikt, dat is mij nog een raadsel. Ik verkies om 1,5 cm naadwaarde te voorzien en deze achteraf tot ongeveer de helft bij te knippen. Alleen de naden van de mouwkoppen zitten aan de binnenkant van de jas, dus op de mouwkoppen en de zijnaden van de schouderpassen heb ik – zoals gebruikelijk – 1 cm naadwaarde voorzien.

 

De constructie van de jas.

Aandachtspunten vooraf.

De goede kant van de stof die ik hiervoor wil gebruiken is eigenlijk suèdine, en omdat het de eerste keer is dat ik deze stof voor een project gebruik, durf ik de kopspelden alleen in de naadwaarde prikken om geen blijvende perforaties te maken in de stof.

De buitenlaag van de stof heeft ook een beetje “vleug”. Dat betekent dat de “haartjes” in een bepaalde richting staan. Bij het schikken van patroondelen op stoffen met vleug (waaronder fluweel de bekendste is) moet je ervoor zorgen dat de patroondelen in dezelfde richting worden gelegd om te knippen. De “draadrichting” wordt doorgaans zeer duidelijk aangegeven op de over te nemen patroondelen met een pijl.

De panden van de jas kunnen worden aangestikt met een rechte steek en gemiddelde steeklengte. Hoewel de stof licht elastisch is, hoeft geen enkele naad rekbaar te zijn.

Omdat ik de mogelijkheden en moeilijkheden van een stof waarmee ik eerder nog niet heb gewerkt altijd eerst uittest op een restje, was mijn verbazing zeer groot toen bleek dat het stofje vlotjes onder mijn naaimachine doorgleed. Ik bedoel hiermee dan de goede kant van de stof. Bepaalde suèdines zijn niet altijd zo gemakkelijk om mee te naaien, dus ik verwachtte eigenlijk moeilijkheden bij het stikken toen ik de testlapjes met de goede kanten naar buiten onder het persvoetje van mijn naaimachine moest halen. Maar het stikken op de buitenlaag van deze stof bleek geen enkel probleem !

 

Naden zichtbaar aan de buitenkant.

Het merendeel van de naden van deze jas zijn zichtbaar aan de buitenkant. Daarom heb ik ook een ruime naadwaarde voorzien (1,5 cm), om deze achteraf netjes bij te knippen tot de ideale lengte.

Eerst moeten de deelnaden van het voor- en achterpand worden gestikt, de verkeerde kanten op mekaar en de goede kant van de stof naar buiten dus.

Dit levert geen enkele moeilijkheid op.

 

 

Daarna moeten de schouderpassen aan het voorpand, respectievelijk het achterpand, worden genaaid; eveneens met de naden naar buiten. Het achterpand en beide voorpanden zijn nu compleet; we kunnen deze aan mekaar stikken via de schoudernaden. Ook de schoudernaden zitten aan de buitenkant van de jas, dus ook hier moeten de panden met de verkeerde kant van de stof op mekaar worden gelegd.

 

De werkbeschrijving vraagt vervolgens om de deelnaden van de mouwen te stikken en ze dan te sluiten via de hoofdnaad. Daarna moeten de zijnaden van de jas worden gesloten. Al deze naden zijn zichtbaar aan de buitenkant van de jas.

Omdat mijn rebels karakter het niet toelaat dat ik een voorgeschreven werkwijze letterlijk volg, heb ik eerst alleen de deelnaden van de mouwen gestikt, de verkeerde kant van de stof op mekaar.

 

lamy-9

 

Daarna besloot ik om met dit project toch maar een klein beetjes risico te nemen : omdat de stof licht elastisch is wou ik eens testen of de mouwen konden ingezet worden zoals bij een shirt. Dus ik liet de hoofdnaad van de mouwen voorlopig open en ook de zijnaden van de jas liet ik ongemoeid.

Voor het inzetten van de mouwen zitten de naden aan de binnenkant van de jas, dus hier kon ik gewoon de mouwen met de goede kanten op mekaar aan de jas spelden. Het spelden verliep vlekkeloos, alsook het stikken. De stof van de mouw kon ik gemakkelijk verdelen over de stof van de mouwopening. Fluitje van een cent.

Dit is de enige naad aan de hele jas die aan de binnenkant van de jas zit.

 

 

Daarna kon ik – precies zoals bij een shirt – de zijnaden van de jas en de mouwnaden in één stiklijn sluiten. Ook deze naad is zichtbaar aan de buitenkant van de jas.

Door de voorgestelde werkbeschrijving van Burda niet te volgen, zit de kruisnaad van de oksel zichtbaar aan de buitenkant. Had ik de mouwen ingezet zoals beschreven in de werkbeschrijving, dan had de kruisnaad van de oksel aan de binnenkant van de jas gezeten. Dat is eigenlijk het enige gevolg van een andere werkwijze. Dat weten we dan ook weer : het genomen risico had slechts een kleine bijwerking 😉

 

De zichtbare naden bijwerken.

Omdat ik voor de naden, die zichtbaar zijn aan de goede kant van de jas, op de patroondelen een naadwaarde van 1,5 cm heb voorzien, moeten deze op de jas nog worden bijgeknipt tot ongeveer de helft (5 à 7 mm). Dit is een werkje dat ik hier pas beschrijf, maar omdat bepaalde naden kruisen heb ik dat tijdens de constructie van de jas wel systematisch tussendoor gedaan.

 

 

Omdat de binnenkant van de stof (de wollige kant), na het bijknippen van deze naden, naar buiten begint te pulken, heb ik de hulp ingeroepen van Mr. Stofzuiger. Met de stofzuiger heb ik alle loszittende en losgeknipte woldeeltjes uit de naden gezogen en daarna heb ik met veel geduld deze uitgedunde naden bijgetrimd met een fijn stofschaartje.

 

Afwerking met haakjes en oogjes.

In de werkbeschrijving laten ze de naaister 3 haakjes en oogjes voorzien, maar na wat paswerk blijkt dit echt onvoldoende om de jas mooi gesloten te houden. Ik heb zes haakjes en oogjes aangebracht op vrij willekeurige afstand van mekaar. Ik heb gewoon – door de jas aan te doen – gecontroleerd waar de haakjes en oogjes moesten komen om de voorpanden van de jas netjes op mekaar te laten aansluiten.

 

Deze haakjes en oogjes moet je met de hand in de jas naaien. Het voordeel van dit type stof is, dat je met een naald tussen de twee stoflagen kan prikken, zodat je aan de buitenkant van de jas niet ziet waar de sluitingen werden vastgezet. Dit werkje vraagt wel een beetje tijd en geduld, want je moet hiervoor voorzichtig tewerk gaan, maar je ziet geen enkel spoor van de hechtingen van de sluitingen aan de goede kant van de stof.

 

 

Dit is een heel eenvoudig naaiproject waar ik ontzettend veel plezier heb aan beleefd.

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties