Voor de dames die houden van de eerder klassieke en elegante mode, is Burdastyle het uitgelezen naaimagazine. De werkbeschrijvingen zijn helaas niet altijd van de duidelijkste, maar de meeste van de ontwerpen in het magazine vind ik tijdloos en stijlvol. In iedere maanduitgave zijn ook steevast een aantal ontwerpen uitgewerkt voor de dames met een maatje meer, en ook voor de allerkleinsten worden steeds een aantal leuke ontwerpen voorzien. Niet zelden vind ik de mooiste silhouetten die voor de dames met het maatje meer.

Ik ben absoluut geen “hamsteraar” en ik zal mij zelden hechten aan materiële spullen, maar van boeken en tijdschriften doe ik niet graag afstand. Intussen heb ik al een ferme collectie bijeen gespaard en recent werd het nog eens de hoogste tijd om al mijn naaimagazines en -boeken te ordenen. Tijdens zo’n sorteerproces durft het al eens gebeuren dat de muze langskomt en ik ineens weer wordt getroffen door geweldige ideeën. Daar stond ik dan ineens met de Burdastyle van september 2012 in mijn handen en een geweldig goed idee bonkte alweer in mijn hoofd. Wat volgt is de uitwerking van dat idee over een patroon van een shirt met lange mouwen… .

 

In het magazine is het stofadvies voor het shirt gewone tricot, en voor de schuine schouderpassen wordt duchesse (satijn duchesse neem ik aan) aanbevolen. Ik zag er alweer wat anders in, dus als basisstof voor het shirt wilde ik een winterse jersey gebruiken en voor de schuine schouderpassen leek imitatieleer me wel wat.

 

Benodigdheden.

Voor het shirt in maat 34 heb ik nodig :

  • 1,5 meter tricot, 140 cm breed;
  • 0,20 meter duchesse, 140 cm breed;
  • Vlieseline G785
  • Vlieseline vormband
  • 1 kleine knoop
  • Tweelingnaald

Dit shirt is ontworpen voor een uitvoering in bi-elastische tricotstof; 140 cm breed en 150 cm lang voor alle maten. Anderhalve meter dus, vanwege de lange mouwen ;.

Verder vraagt het onderdeel “benodigdheden” van de werkbeschrijving ook 20 cm duchesse als garneerstof te voorzien – voor de schouderpassen – samen met vlieseline G785 en vlieseline vormband.

Omdat ik het shirt wil uitvoeren in een winterse jersey van polyester, heb ik besloten om de versteviging in het shirt onder de vorm van vlieseline achterwege te laten. De stof zou stevig genoeg moeten zijn om de vorm van het shirt te kunnen houden. In plaats van de duchesse zie ik eerder zwart imitatieleer als ultieme combinatie met de jersey angora voor de schouderpassen.

 

Naden en zomen.

Voor alle naden heb ik 1 cm naadwaarde voorzien. Voor de mouwzoom en de zoom van het voor- en achterpand heb ik 2 cm zoom aangetekend, terwijl de werkbeschrijving toch een zoom van 4 cm vraagt. Zowel de mouwen als het shirt zelf zijn lang genoeg om met een aangetekende zoom van 2 cm straks een zoom van 4 cm te maken.

 

De constructie van het shirt.

De constructie van het shirt is eigenlijk heel gemakkelijk. Het enige onderdeel in de constructie dat straks wat bijzondere aandacht zal vragen is het split in de bovenrug.

Het hele shirt wordt gestikt met een combinatie van een stretchsteek en een rechte steek voor de schouderpassen, de schoudernaden en de hals. Ik heb wel een stretchnaald in de machine voorzien.

Wat ook opvalt aan dit patroon is dat zowel het voorste als het achterste deel van het binnenbeleg op een stofvouw wordt geknipt. Voor het beleg van het voorpand is dit logisch, maar voor het belegdeel dat straks op de rug komt te zitten en waar een split in moet, kan dit nu al vraagtekens oproepen. In deze fase heb ik mij inderdaad afgevraagd of ik niet iets over het hoofd heb gezien, maar dat bleek achteraf niet het geval te zijn. Het split in de bovenrug zal tot stand komen door het in de stof te knippen eens het binnenbeleg achter aan het achterpand is gestikt.

 

Overlocken.

Als ik werk met stretch stoffen, dan gaat de eerste aandacht – van zodra alle patroononderdelen zijn uitgeknipt – naar het overlocken van randen waar ik straks moeilijk bij kan, of waarvan ik de afwerking kan bespoedigen door dat werkje eerst te doen. Ik begin bij dit shirt met het overlocken van de zoomranden van de mouwen en die van het voor- en achterpand van het shirt. De schoudernaden van het achterpand (die van het voorpand niet omdat de randen van de  schouderpassen in imitatieleer geen afwerking behoeven) en die van het binnenbeleg, alsook de buitenranden van het binnenbeleg worden eerst overlockt.

 

De schouderpassen.

Het eerste dat ons te doen staat is het voorpand compleet maken door de schouderpassen aan het voorpand te stikken. Dat doe ik door de passen elk met de goede kant op de goede kant van het voorpand te leggen en deze met een rechte steek en gemiddelde steeklengte (2,5) vast te stikken. Aangezien ik hier werk met schouderpassen in imitatieleer moet ik er op letten dat ik de spelden alleen IN de naadwaarden prik. Ik wil de imitatielederen schouderpassen niet perforeren in delen die straks zichtbaar zullen zijn.

Eens beide imitatielederen schouderpassen aan het voorpand zijn gestikt, heb ik de naadwaarden samengenomen overlockt. Volgens de werkbeschrijving moet de naadwaarde van deze aanzetnaad naar de passen toe (naar boven dus) worden gestreken en op de passen worden doorgestikt. Ik vond het eleganter en ook gemakkelijker werken om de naadwaarde naar beneden te strijken en ze door te stikken op het voorpand (met een rechte steek), 2 mm naast de aanzetnaad. De naadwaarde doorstikken op het voorpand geeft het voordeel dat je fijn kan werken op de goede kant van de jersey in plaats van op de goede kant van het imitatieleer, hetgeen soms wel een uitdaging kan zijn. Voor werken met imitatieleer verwijs ik nog snel even naar deze uitgebreide uiteenzetting.

 

 

De schoudernaden.

Nadat het voorpand volledig is gemaakt door het stikken van de schouderpassen, kunnen voorpand en achterpand aan mekaar gezet worden via de schoudernaden. De werkbeschrijving doet de naaister vormband voorzien om de schoudernaden te verstevigen, maar ik vind het imitatieleer van de schouderpassen van het voorpand stevig genoeg om de schoudernaden in vorm te houden. De vlieseline vormband (of naadband) laat ik hier dus achterwege. Ik stikte de schoudernaden met een rechte steek en gemiddelde steeklengte aan mekaar, om daarna de naad helemaal op te strijken. De naadwaarde van de imitatielederen voorpassen moet bij het strijken beschermd worden met een persdoek.

Ook de schoudernaden van het binnenbeleg heb ik daarna aan mekaar gestikt met een rechte steek en gemiddelde steeklengte. Daarna heb ik ook hier de schoudernaden opengestreken.

 

Het split in de bovenrug.

De werkbeschrijving vraagt je om het split in het midden van het achterpand aan te geven. Dat heb ik niet gedaan, omdat ik het split ga stikken via het binnenbeleg. Daarom heb ik het split aangegeven met rijgsteken op het beleg.

 

3

 

Deze werkwijze lijkt mij gewoon veel handiger. Ik markeer niets op het rugpand; alleen op het beleg van het achterpand. Eens het split duidelijk is gemarkeerd op het beleg en breed genoeg om er zo dadelijk twee stiklijnen tussen te krijgen, moet je het wel héél precies op het achterpand spelden, de goede kanten op mekaar. Je moet het zodanig spelden dat de twee stoflagen niet meer kunnen verschuiven ten opzichte van mekaar. Je wilt straks echt niet vaststellen dat je split schuin is gestikt 😉

 

 

Ik heb het split in dit geval gemarkeerd als een kader waarbinnen ik straks de stiklijnen ga maken, maar je kan het split ook gewoon markeren als een verticale rij rijgsteken waarrond een kader kan gestikt worden.

Als het beleg goed is vastgespeld op het achterpand, dan kan het split worden gestikt door bovenaan de hals te beginnen met een rechte steek en helemaal naar beneden te stikken tot het markeerteken dat het einde van het split aangeeft. Je laat de naald in het werk zitten, doet de persvoet omhoog en draait het werkje 90° om met twee fijne steekjes de onderkant van het split te stikken. Opnieuw de naald in het werk laten zitten, persvoet omhoog, het werk 90° draaien en opnieuw een rechte stiklijn maken, omhoog naar de hals.

 

5

 

Vooraleer we tussen deze stiklijnen in de stof gaan knippen om het split te maken, is het aangewezen om het beleg ook via de halsnaad vast te stikken. Dit heb ik gedaan met een stretchsteek. De hals behoeft eigenlijk niet veel rekbaarheid omdat hij wordt geopend en gesloten via het split.

Eens het beleg helemaal aan de panden van het shirt is vastgemaakt via het split en de hals, kunnen we het split knippen, precies tussen de twee stiklijnen in. Je knipt – de verkeerde kant van het rugbeleg ligt nog steeds naar je toe – tot bijna tegen het markeerteken dat het einde van het split aangeeft.

Daarna knip je best de hoekjes van de hals bij zodat de stof daar straks niet gaat “bulken”. Ook de naadwaarde in de hals moet worden uitgedund en naar het beleg toe worden gestreken. Het beleg wordt op de naadwaarde doorgestikt, zo dicht mogelijk tegen de naad van de hals.

 

6a

 

Om het beleg netjes op zijn plaats te houden, zet je het in de schoudernaad vast aan het shirt met enkele steekjes die je maakt met de hand.

Achteraf gezien zou ik voor de creatie van het split wel vlieseline gebruiken. Ik meende dat de stof stevig genoeg zou zijn om de vorm te houden, en dat is ook zo, alleen denk ik dat met een strookje vlieseline van ongeveer 2 cm over de hele lengte van het split, het split echt perfect zou zijn. Als ik in de toekomst het shirt nog eens maak, dan ga ik het split perfectioneren met wat vlieseline.

 

De mouwen en de naden.

De werkbeschrijving vraagt je verder om de zijnaden en de mouwnaden te stikken en om daarna de mouwen in het shirt te zetten, maar voor ontwerpen die gemaakt worden in rekbare stoffen vind ik de omgekeerde werkmethode eigenlijk veel gemakkelijker.

Om de mouwen te stikken pin ik ze eerst ter hoogte van de schoudernaden en okselpunten vast aan het voor- en achterpand – de goede kant van de mouw op de goede kant van het shirt. Als er verschil is in vorm tussen de voorkant van de mouwkop en de achterkant van de mouwkop, dan zorg je ervoor dat de voorkant van de mouwkop wordt vastgepind aan het voorpand van het shirt en vice versa. De stof van de glooiing van de mouwkop verdeel je tussen deze punten (de schoudernaad en de okselpunten) en pint ze vast. Daarna kan je de mouw met één vlotte stiklijn – in een stretchsteek – vastzetten aan het shirt. De naden kan je hierna vlot samengenomen overlocken.

 

De zomen.

Vooraleer ik de zijnaden van het shirt en de mouwnaden ga sluiten, wil ik eerst de zoom van de mouwen afwerken. Als de mouw ter hoogte van de pols nog niet is gesloten kan je veel vlotter een mooie mouwzoom stikken, dus dat werkje moet eerst gebeuren.

De werkbeschrijving vroeg een zoom van 4 cm te voorzien bij de mouwen en de onderrand van het shirt. Op de patroondelen had ik zowel voor de mouwen als voor het shirt een zoom van slechts 2 cm voorzien. De mouwen en het shirt zijn echter wel lang genoeg om nu een zoom van 4 cm om te plooien.

Aan beide mouwen heb ik 4 cm zoom omgestreken en deze met een sier-stretchsteek vastgezet. Je kan deze stiklijn ook rekbaar maken door te werken met een tweelingnaald, zoals wordt gesuggereerd door de werkbeschrijving maar ik verkies hiervoor een andere methode.

Eens de zomen van de mouwen zijn afgewerkt, kunnen de zijnaden van het shirt en de mouwnaden in één stiklijn worden dichtgemaakt met een stretchsteek.

Daarna rest ons nog de onderrand van het shirt te zomen en deze zoom van 4 cm ook vast te stikken met een rekbare steek.

 

De sluiting van het split.

Het shirt is nu helemaal af; alleen voor het split moeten we nog een sluiting voorzien.

Het split ga ik sluiten met een knoop en een lusje, maar ook een haakje en een oogje zouden hier een nette sluiting kunnen vormen.

Ik heb een zwart knoopje gekozen dat perfect past bij de imitatielederen schouderpassen en heb dat vastgenaaid aan de buitenkant in één van de bovenhoeken van het split. Voor het lusje moeten we iets creatiever zijn. Aangezien we door de specifieke werkwijze om het split te maken er niet voor konden opteren om het lusje ineens in de naad van het split te verwerken, moeten een lusje van draad vasthechten in de naad en opbouwen met kettingsteken. Ik ben hiervoor op zoek gegaan naar dik naaigaren dat ik via de naad van het split met het beleg heb vastgezet in de andere bovenhoek van het split. Met een fijne haakpen heb ik een lusjesketting gemaakt die lang genoeg was om een lus te maken waar mijn knoopje precies doorging. De rest van de draad heb ik dan opnieuw vastgezet via de naad van het split met het beleg.

 

 

Als final touch en omdat ik houd van een mooie afwerking aan de binnenkant van een kledingstuk, heb ik het binnenbeleg met een blinde zoomsteek losjes vastgezet aan de panden van het shirt. Het shirt is nu helemaal afgewerkt en perfect combineerbaar met andere imitatielederen stukken 😉

 

Advertenties