Mijn gesmockte rokje blijkt voor iedereen een heel groot mysterie te zijn. Overal waar ik ermee kom (ofwel aan de onderste helft van mijn lichaam ofwel op mijn paspop) vangt mijn gesmockte rokje blikken van waardering en bewondering. Wanneer ik aangeef dat het vrij gemakkelijk zelf te maken is, krijg ik echter blikken van verontwaardiging en ongeloof terug. “Ik ?”, “Zo’n moeilijke techniek toepassen ?”, “Dat krijg ik nooit voor mekaar !”, zijn slechts een greep uit de replieken die ik terugkrijg wanneer ik de dame in kwestie probeer te overtuigen van de eenvoud van het smocken of rimpelen met elastische draad.

Er is helemaal niets moeilijk aan smocken en je hebt geen 20 jaar naai ervaring nodig om dit project tot een goed einde te brengen. Een goede werkbeschrijving en een beetje liefde en geduld klaren de klus in no-time.

Een tijdje terug raakte ik helemaal geïnspireerd door een leuk rokje van Annina G. van de blog “atelier in the attic”. Ik besloot prompt mijn eigen “gepimpte” versie te creëren, mét ingewerkte voering en extra hoge taille. Het heeft mij wel een aantal pogingen gekost om het helemaal goed te krijgen, maar ik ben ontzettend gelukkig met het resultaat ! Omdat ik alle vrouwen van de wereld (ik zal alvast beginnen met de dames die nederlands kunnen lezen en de weg naar deze blog hebben gevonden) wil overtuigen van de eenvoud van dit project, heb ik alle stappen hieronder uitgebreid en duidelijk uitgeschreven.

Benodigdheden.

 

Benodigdheden 1

 

 

  • 65 cm popeline katoen of andere lichte katoen – 140 cm breed;
  • 65 cm lichte (polyester) voering – 140 cm breed;
  • 1 bobijntje rimpelelastiek van stevige kwaliteit;
  • 1 of 2 bobijntjes naaigaren naar keuze.

 

Smocken met elastische draad is eigenlijk alleen aangewezen voor de lichte tot heel lichte stoffen. De elasticiteit of trekkracht van de elastiek moet opgewassen zijn tegen het gewicht van de stof die je wil gebruiken. Als de stof te zwaar of te volumineus is zou men met het smockwerk wel eens heel andere effecten kunnen bekomen… .

Met 65 cm stof heb je ook ruim voldoende om een hoge taille te creëren of de rok ietsje lager te laten uitvallen. Heb je stof teveel, dan kan je er altijd een strookje van afknippen of het overschot in een brede zoom verwerken.

 

De naden.

Omdat het patroon van dit rokje zó eenvoudig is, wou ik wel wat extra aandacht besteden aan de afwerking van de naden. Ik besliste om de naad van zowel de buitenrok als van de voering te sluiten met een platte (engelse) naad.

 

Voor dit rokje moeten we – noch voor de buitenrok noch voor de voering – patroondelen uitknippen. Het enige dat ons te doen staat is eigenlijk de zelfkanten van de stof aan mekaar zetten. Vooraleer je hiermee begint is het wel aangewezen de zelfkanten van de stof even te inspecteren op gaatjes en andere sporen van de fabricage. Als deze sporen zichtbaar zullen zijn na het sluiten van de naden, is het best dat je een strook – waar deze sporen op voorkomen – van de zelfkanten afknipt. Vaak is dat maar een centimetertje of twee aan elke zelfkant.

Om de naden te sluiten leg je de zelfkanten van de buitenrok (in een katoenen of andere lichte stof) met de verkeerde kanten op mekaar. Je maakt een “cilinder” met de goede kant van de stof naar buiten dus.

Platte naad 1

 

Je stikt de zelfkanten van de stof aan mekaar met een rechte steek (steeklengte 2) en een naadwaarde van 1 cm. Als deze naad helemaal is gestikt, dan “dun” je deze naadwaarde uit door hem bij te knippen tot een breedte van 0,5 cm.

Draai de rok nu binnenstebuiten, zodat de verkeerde kant van de stof aan de buitenkant zit en de uitgedunde naadtoeslag aan de binnenkant zit. Strijk lichtjes over deze net omgekeerde naad zodat hij mooi plat ligt.  Door nu op de verkeerde kant van de stof een nieuwe naad van 1 cm breed te stikken, sluiten we de bijgeknipte eerste naad van 0,5 cm in en verdwijnt hij in de naadtoeslag van de naad die we nu gaan stikken.

Platte naad 2

 

Stik dus met de verkeerde kant van de stof naar buiten, met een rechte steek en steeklengte 2, een nieuwe naad van 1 cm breed, die de eerste naad van 0,5 cm insluit. Je hebt net een “engelse naad” gemaakt ! Het resultaat is een perfect afgewerkte zijnaad die in principe geen enkele afwerking meer behoeft.

Om van deze engelse naad nu een “platte naad” te maken, strijk je de naadtoeslag naar één kant en perst hem plat. Met de goede kant van de stof naar boven, stik je nu heel voorzichtig – met een rechte steek en steeklengte 2 – de omgestreken naadtoeslag, die aan de binnenkant zit, vast op 0,7 cm van de naad van de rok. Het resultaat is een prachtige platte naad.

Als je graag voering in je rokje wil, dan doe je voor de voering precies hetzelfde en herhaal je alle stappen die hierboven zijn beschreven.

 

De voering aan de rok zetten.

Als alles goed is gegaan hebben we nu een buitenrok met één platte naad en een  voering van dezelfde afmetingen, ook met één platte naad. Twee cilinders dus, die we nu over mekaar gaan schuiven om ze aan mekaar te stikken. Om de voering aan de buitenrok te stikken zorg je ervoor dat de goede kant van de katoenen stof naar buiten ligt.

Je schuift er nu de voering overheen, met de verkeerde kant van de stof naar buiten. De goede kanten van beide stofjes liggen dus OP MEKAAR. Denk eraan dat de goede kant van de voering straks aan de binnenzijde van je afgewerkte rok zal zitten, dus je zorgt ervoor dat de verkeerde kant van de voering nu aan de buitenzijde zit nadat je hem over de katoenen rok hebt geschoven. Je zorgt er ook voor dat de (platte) naden van de voering én de buitenrok netjes op mekaar liggen.

Je begint aan de platte naad en stikt met een rechte steek en steeklengte 2 de voering aan de rok langs de bovenzijde van de rok vast, met een naadtoeslag van 1 cm. Als de naad is gestikt, trek je de voering over deze naad en strijk je de naadtoeslag helemaal naar de kant van de voering, onder de voering.

Stik nu de voering met een rechte steek en steeklengte 2 op deze naadtoeslag vast, zo dicht mogelijk tegen de naad van de buitenrok met de voering.

Keer de rok nu zodanig dat de katoenen rok aan de buitenkant en de voering aan de binnenkant zit. Pers de doorgestikte naad aan de bovenzijde van de rok zó dat de naad net aan de binnenkant van de gevoerde rok valt.

 

Zomen.

Persoonlijk vind ik het gemakkelijker om de rok en de voering eerst te zomen vooraleer te beginnen met smocken of rimpelen. Nu beide onderdelen van de rok netjes uitgestreken zijn, is het een klein kunstje om netjes evenwijdig te zomen en twee rechte zomen te creëren.

Voor dit rokje koos ik ervoor om zowel de buitenrok als de voering af te werken met een omgestikte zoom :

Je strijkt eerst 0,75 cm van de onderrand van de buitenrok over de hele omtrek naar binnen. Strijk deze omgestreken boord nu opnieuw naar binnen, maar je maakt de boord 1 cm breed. Langs de goede kant van de buitenrok stik je deze dubbel omgeslagen zoom vast met een rechte steek – steeklengte 2 – op 0,75 cm van de onderrand van de rok.

Voor de voering ga je op precies dezelfde manier tewerk, maar bedenk wel eerst het volgende :

  1. de voering moet ietsje korter uitvallen dan de rok zelf. Je zal merken dat als je de rok samen met de voering gaat rimpelen, de voering vanzelf lichtjes omhoog zal kruipen. Je kan de voering in deze fase ook wat korter maken door er een strookje af te knippen.
  2. de goede kant van de voering zit aan de binnenkant van je werk. Strijk dus bij de voering 0,75 cm naar buiten. Plooi deze omgestreken boord nu 1 cm naar buiten. Stik deze omgeslagen dubbele zoom nu vast met een recht steek en steeklengte 2.

Zomen 5

 

Nu de buitenrok én de voering netjes zijn gezoomd kunnen we best eerst beide eens uitstrijken zodat we op een strak “canvas” kunnen gaan rimpelen of smocken. Omdat de rok maar één naad heeft (in tegenstelling tot twee zijnaden in een gewone rok) heb ik deze zo gedraaid dat hij middenachter op de rug valt. Deze ene naad is ook perfect geschikt om de aanzet van ons smockwerk te beginnen.

 

Smocken of rimpelen.

De voorbereiding…

Zoals ik eerder hierboven heb aangegeven moet de elastiek waarmee we zullen smocken voldoende trekkracht hebben om de stof te kunnen rimpelen. Omdat we hier twee lagen (de buitenrok van katoen én een voering) willen rimpelen is het wel aangewezen op zoek te gaan naar rimpelelastiek van degelijke kwaliteit. De elastische draad moet voldoende trekkracht hebben en hij mag niet snel breken. Hoe zwaarder of volumineuzer de lagen stof, hoe moeilijker voor de elastiek om strak te rimpelen. Voor dit project heb ik drie verschillende soorten rimpelelastiek uitgetest en ik ben tot de vaststelling gekomen dat er wel degelijk verschil in kwaliteit bestaat op de markt als het op rimpelelastiek aankomt. Door het veelvuldig testen van verschillende soorten rimpelelastiek heb ik ook een manier gevonden om de elasticiteit van de rimpels in het werk manueel wat bij te werken.

Het rokje smocken doen we in dit geval dus met een gewone naaimachine. Je hebt hiervoor echt geen speciale onderdelen nodig. Terwijl je voor een bobijntje naaigaren kiest dat past bij de kleur van je rok, komt de rimpelelastiek om het spoeltje. Je neemt een leeg spoeltje en wind de rimpelelastiek met de hand om het spoeltje, alsof je er een gewone draad zou omwinden. Niet te los dus, maar je trekt de elastische draad ook niet strak.

Smokken 1

 

Eens de machine is ingeregen met het naaigaren van een bobijntje naar keuze en het spoeltje met rimpelelastiek is in het spoelhuis ingebracht, dan zet je de steeklengte van je naaimachine op het MAXIMUM. Bij de meeste gewone naaimachines is dat 5. Je rimpelt dus met een rechte steek en de langste steeklengte.

Daarna verlaag je de bovenspanning van je machine een beetje. Dit zal ervoor zorgen dat de steken die je straks gaat maken niet té strak zitten, waardoor je achteraf – als dat nodig zou zijn – de spanning of de elasticiteit van de rimpels met de hand wat kan bijwerken. Op deze manier kan je altijd de juiste elasticiteit bekomen en je rokje altijd passend maken.

Smocken met de machine…

Aangezien er maar één naad is in het rokje, die we zo hebben gepositioneerd dat hij middenachter op de rug valt, kunnen we best daar beginnen met onze eerste rij rimpelsteken. Begin op de (platte) naad en op 1 cm van de bovenrand van de rok en stik met een rechte steek op maximale steeklengte door de rok en de voering heen. Zorg ervoor dat je tijdens het stikken beide lagen netjes gestrekt houdt.

Aan het begin van je eerste rij rimpelsteken (maar ook aan het begin van iedere volgende rij rimpelsteken) stik je NIET achterwaarts om de rij vast te zetten.

Als dat nodig zou zijn willen we straks graag de spanning van de rimpelelastiek wat bijwerken en dat kan alleen als de elastiek in het spoeltje niet is vastgestikt aan het begin van de rij. Stik gewoon verder tot je de hele omtrek van de rok hebt gestikt en weer op de (platte) naad uitkomt. Stik tot tegen de eerste steek en knip de draad af zonder ook hier achterwaarts te stikken. Zorg dat de elastiek uit het spoeltje ong. 4 cm lang is voor je hem afknipt.

Iedere volgende rij rimpelsteken maak je precies op dezelfde manier.

Sla niet meteen in paniek als je merkt dat na je eerste rij of je eerste twee rijen rimpelsteken de rok niet echt strak is gerimpeld. Wees gerust, dat komt wel goed als je een aantal rijen hebt gemaakt.

Voor dit rokje heb ik de rijen rimpelsteken op 1 cm afstand van elkaar gemaakt. Maar je kan ze ook een beetje dichter of wijder uit mekaar maken.

Als je een aantal rijen hebt gestikt zal je merken dat de bovenrand van de rok goed begint te rimpelen. Houd de stof met de voering goed gestrekt als hij onder het voetje van de machine komt. Dat betekent dat je de elastiek van de rijen die je al hebt gestikt wat zal moeten openrekken.

Je stikt zoveel rijen als je zelf wil. Voor het rokje dat ik heb gemaakt, heb ik 15 rijen rimpelsteken op 1 cm van elkaar gestikt.

Bij het doorstikken van twee lagen (de katoenen buitenrok en de voering) zal je merken dat de voering lichtjes omhoog kruipt. Houd de stof en de voering dus zo netjes mogelijk op mekaar en stik niet té snel zodat je voldoende controle houdt over de stof die onder het voetje door glijdt. Het stikken gaat vanzelf al behoorlijk goed vooruit omdat je met de langste steeklengte werkt.

Omdat de dikte van de rimpelelastiek ervoor zal zorgen dat je niet alle elastiek voor het hele project in één keer om het spoeltje kan winden, zal je twee tot drie keer toe nieuwe rimpelelastiek om het spoeltje moeten winden. Zorg er altijd voor dat het begin van een nieuw spoeltje rimpelelastiek samenvalt met het begin van een nieuw rij rimpelsteken; op de platte naad. Zo vermijd je dat je midden in de rok knopen moet maken en instopwerk moet doen.

Afwerking…

Als je alle rijen hebt gestikt, dan pas je de rok even. Zit ie als gegoten ? Prima ! Je kan nu alle losse draadjes en elastiek instoppen aan de binnenzijde van de rok.

Vind je dat de rok rond de taille toch te weinig aanspant ? Draai de rok dan binnenste buiten. Door de eindjes elastiek van de beginsteek en de eindsteek wat aan te spannen (en dat gaat héél gemakkelijk omdat we bij het begin de spanning van de machine hebben verlaagd) en de stof te herverdelen over de hele omtrek van de rok, maak je de spanning in de taille wat strakker. Doe dit voorzichtig, trek niet te hard aan de elastiek. Doe dit totdat je tevreden bent over de elasticiteit in de taille van de rok.

Pas de rok opnieuw en kijk of hij goed zit. Prima ! Je kan nu alle draadjes en elastiek instoppen ter hoogte van de (platte) naad en klaar is je prachtige nieuwe rok !

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties