Als je helemaal nog niet vertrouwd bent met patroontekenen, maar je wil je er wel graag aan wagen, dan is het basispatroon voor een rechte rok een uitstekend begin. Je kan dit basispatroon – geheel op maat van je eigen lichaamsmaten – gebruiken als basis voor een oerdegelijke kokerrok of voor de creatie van heel uiteenlopende stijlen van rokken. Je kan dit patroon ook gebruiken om – in combinatie met het patroon van een lijfje – een jurk te maken.

Dit patroon maakt je al vertrouwd met een aantal veel gebruikte lichaamsmaten :

  1. De hoge taille : het smalste gedeelte van je bovenlichaam
  2. De lage taille : onder de navel, 7 à 8 cm onder de hoge taille
  3. De heupwijdte : het breedste deel van je onderlichaam
  4. De heupdiepte : de afstand van je hoge taille tot je heupwijdte
  5. De lengte van de rok : gemeten vanaf de hoge taille tot waar je verkiest

 

De breedtematen voor een rok.
De belangrijkste maten voor het maken van een rok.

Voor het tekenen van dit basispatroon wordt geen rekening gehouden met overwijdte. Overwijdte zijn de extra centimeters die worden toegevoegd aan de breedtematen (de maten die de omtrek van je lichaamsdelen weergeven) om bewegingsgemak in het kledingsstuk te voorzien.

In de patronen die worden gebruikt voor ontwerpen die uit niet-rekbare stoffen worden vervaardigd, zal er overwijdte worden toegevoegd aan de breedtematen om bewegingsgemak te creëren.

Een naadtoeslag en zoomtoeslag worden ook niet opgenomen in een basispatroon.

Vooraleer je begint met het tekenen van je patroon is het handig ervoor te zorgen dat je alle tekenbenodigdheden onmiddellijk bij de hand hebt :

  • Tekenpapier
  • Potlood en gom
  • Rekenmachine
  • Lange meetlat (50cm)
  • Geodriehoek
  • Teken-liniaal (met gebogen zijden)

 

Tekenbenodigdheden - 1500 pxl

 

Zorg er ook voor dat je je lichaamsmaten nauwkeurig hebt opgemeten en bij de hand hebt. In het voorbeeld dat ik hier uitwerk, gebruik ik de volgende maten :

  1. De hoge taille : 69 cm
  2. De lage taille : 78 cm
  3. De heupwijdte : 89 cm
  4. De heupdiepte : 21 cm
  5. De lengte van de rok : 105 cm

 

Klaar om je eerste op maat gemaakte rok te maken ?

Neem een groot vel tekenpapier en teken volgend kader op basis van de maten die je bij jezelf hebt opgemeten :

Trek met je meetlat bovenaan je tekenpapier een horizontale rechte en markeer de volgende lijnstukken :

AB          = de helft van je heupwijdte = 89 cm/2 = 44,50 cm

CB          = het halve voorpand = (1/2 van AB) + 1 cm = 23,25 cm

AC         = het halve achterpand = (1/2 van AB) – 1 cm = 21,25 cm

CD         = de roklengte = 105 cm

Trek vanuit C een loodlijn naar D van 105 cm

Doe hetzelfde vanuit de punten A en B en markeer de punten E en F.

AF           = middenachter = 105 cm

BE           = middenvoor = 105 cm

Verbind nu de punten EF zodat je een rechthoekig kader krijgt om je rok in vorm te geven.

 

Meet CH = de heupdiepte = 21 cm en markeer het punt H.

Meet deze heupdiepte ook op de lijnstukken AF en BE en noem ze respectievelijk H1 en H2. Verbind de punten H1 – H – H2.

 

 

Het voorlopig resultaat is een rechthoek waarvan de breedte gelijk is aan de halve heupwijdte of halve heupomtrek. Om het patroon van deze rechte rok nu ook passend te maken in de taille, zullen op de taillelijn een aantal centimeters moeten weggewerkt worden.

Hoeveel centimeter is dat precies ?

Het verschil tussen de halve heupwijdte en de halve tailleomtrek (omdat we met de maten van een halve rok werken) : (89 cm/2) – (69 cm/2) = 44,50 cm – 34,50 cm = 10 cm.

Over een halve rok moet dus op de taillelijn de 10 cm verschil tussen de halve tailleomtrek en de halve heupwijdte worden weggewerkt. Voor een kwart rok betekent dat 10 cm/2 = 5 cm over zowel het halve achterpand als 5 cm over het halve voorpand.

Deze centimeters worden weggehaald op de taillelijn op de volgende manier :

  • door centimeters in te nemen in de zijnaden (zijnaaduitname);
  • en door coupenaden aan te brengen in het midden van het voor- en achterpand.

 

Het voorpand

Op het lijnstuk CB (het halve voorpand) wordt de taille 5 centimeter ingekort.

Meet vanuit het punt C 3 cm naar rechts en markeer daar het punt I. Hierdoor wordt de taillelijn ineens met 3 cm ingekort.

Om de coupelengte van de coupenaad op het halve voorpand te bepalen, markeer je best eerst de hoogte van de lage taille : de lage taille ligt tussen de 7 à 8 centimeter onder de natuurlijke taille. Dus je markeert vanuit het punt C 7 cm naar beneden op het lijnstuk CD het punt G. Doe hetzelfde vanuit de punten A en B en markeer daar respectievelijk de punten G1 en G2. Verbind de punten G1 – G – G2 met een rechte.

Meet vanuit punt B 7,5 cm naar links (dat is de helft van de buste-afstand) en markeer daar het midden van de coupenaad op het halve voorpand.

Aangezien we op de taillelijn nog slechts 2 centimeter moeten wegwerken (5 cm totaal weg te werken verschil min de 3 centimeter die je uit de zijnaad al hebt gewonnen), markeer je links en rechts van dit punt 1 cm (2 x 1 cm = 2 cm). Verbind deze twee punten met het snijpunt van het midden van de coupenaad met het lijnstuk G-G2 : je hebt net je eerste coupenaad getekend.

 

 

Plaats op het lijnstuk BE (middenvoor) het punt J 1,5 cm onder het punt B. Verbind met een tekenliniaal de punten I en J met een licht gebogen lijn.

 

 

Het is niet onbelangrijk te weten dat het aantal coupenaden afhankelijk is van het verschil dat moet weggewerkt worden tussen de tailleomtrek en de heupomtrek. Als het verschil tussen deze maten heel groot is, dan moeten er per kwartrok meerdere coupenaden worden gemaakt.

Over het algemeen wordt er met de volgende regels rekening gehouden :

  • de zijnaaduitname mag niet groter zijn dan 5 centimeter;
  • een coupenaad op het achterpand is bij voorkeur niet breder dan 3 tot 4 cm;
  • een coupenaad op het voorpand is bij voorkeur niet breder dan 2 tot 3 cm.

 

Het achterpand

Op het lijnstuk AC (het halve achterpand) wordt de taille ook met 5 centimeter ingekort. Meet vanuit het punt C 3 cm naar links en markeer het punt K. Hier wordt de eerste 3 centimeter van het halve achterpand weggewerkt. Over de rest van het halve achterpand moet dan nog 2 centimeter worden weggewerkt.

Meet vanuit het punt A 7,5 cm naar rechts. Dit is het midden van de eerste coupenaad op het halve achterpand. Markeer links en rechts van dit punt 0,5 cm zodat de totale coupediepte 1 cm is.

Vanaf het midden van deze eerste coupenaad (op 7,5 cm van middenachter) rest ons nog 10,75 centimeter tot de bijgewerkte zijnaad van het halve achterpand. Als we deze afstand delen door 2 bekomen we 5,37 cm. We plaatsen het midden van de tweede coupenaad op 5 centimeter van het midden van de eerste coupenaad.

Meet dus vanuit het midden van de eerste coupenaad 5 cm (of 12,5 cm vanaf middenachter) naar rechts en markeer daar het midden van de tweede coupenaad. Meet ook hier aan beide zijden 0,5 cm zodat de totale coupediepte van de tweede coupenaad ook hier gelijk is aan 1 cm.

Meet vanuit het midden van elke coupenaad 12 cm loodrecht naar beneden. Teken de benen van elke coupenaad zodat twee gelijke coupenaden ontstaan met een coupediepte van 1 cm en een coupelengte van 12 cm.

Meet vanuit punt A 1,5 cm naar beneden op het lijnstuk AF en markeer het punt L.

Verbind met een tekenliniaal de punten K en L met een licht gebogen lijn.

Verbind nu ook met een tekenliniaal de punten K en H én de punten I en H met een licht gebogen lijn.

 

Proficiat ! Je hebt net het basispatroon voor een rechte rok getekend op basis je eigen lichaamsmaten. De roklengte echter is geheel afhankelijk van wat je zelf verkiest.

Basispatroon rechte rok finaal

 

In deze illustratie heb ik voor een roklengte van 105 cm gekozen omdat ik dit basispatroon later zal gebruiken om de rok te verbreden naar een maxirok met A-lijn.

 

Vind je deze tips handig en interessant ? Laat ons weten wat je ervan vindt door je opmerkingen hieronder te formuleren.

Advertenties