Om een rand te rimpelen, bijvoorbeeld de taillelijn van een rok, stik je eerst – met een rechte steek en een zo hoog mogelijke steeklengte (op mijn naaimachine is dat 5) – twee aan elkaar evenwijdige rimpellijnen.

Rimpelen 3
Twee aan elkaar evenwijdige rimpellijnen.

Afhankelijk van de naadwaarde die voor jou comfortabel is, zorg je ervoor dat deze twee rimpellijnen elk aan één kant van de uiteindelijke naad zullen liggen. Ik werk nagenoeg altijd met een naadtoeslag van 1 cm. Begin op een zijnaad van de rok. De eerste rij rechte steken stik je met steeklengte 5 op 0,7 cm van de bovenrand van de rok; de tweede hieraan evenwijdige rij rechte steken stik je op 1,3 cm van de bovenrand van de rok.

 

De uiteindelijk naad, waarmee we de rok zullen vaststikken aan de taille-elastiek (of in een ander naaiproject aan een bovenlijfje of tailleband) zal precies tussen deze twee evenwijdige rimpellijnen liggen (op 1 cm van de rand dus en dat is precies onze naadtoeslag).

Rimpelen 4
De naad waarmee we de gerimpelde rok zullen vastzetten, komt precies in het midden van de twee rimpellijnen.

Zorg er ook vooraf voor dat je ruim voldoende draad hebt in het begin van je rimpellijn, én op het einde.

Als beide evenwijdige rimpelrijen netjes zijn gestikt, pak je aan het begin en het einde van elke gestikte rij de spoeldraad vast (de draad aan de verkeerde kant van het werk), en trek je deze voorzichtig aan. Omdat je met een lange steeklengte hebt gewerkt zou dit vlotjes moeten gaan en kan je heel gemakkelijk de stof over de spoeldraad van een rimpelrij verschuiven. Als je deze onderste draden aanspant, begint de stof zich over deze draden te rimpelen.

Zet de spoeldraden van de twee evenwijdige rijen met een speld vast op de zijnaad van de rok en verschuif nu de rimpels in de taillerand van de rok zodanig dat zij gelijkmatig worden verdeeld over de omtrek van de taille.

Je verdeelt de rimpels op zo’n manier dat de omtrek van de gerimpelde taille van der rok gelijk is aan de omtrek van de taille-elastiek (of in een ander naaiproject : de tailleband of het bovenlijfje). De omtrek van de gerimpelde rok kan je gemakkelijk nameten met een meetlint.

Rimpelen 5
De gerimpelde rand.

Als de gerimpelde omtrek van de taille nu precies overeenkomt met de omtrek van de taille-elastiek (of het stuk waar je de gerimpelde rok wil aan vastzetten), dan zet je met een speld of twee de spoeldraden goed vast in de zijnaad van de rok. De gerimpelde rok is nu klaar om vastgepind te worden aan het stuk waar we hem aan willen vaststikken.

Advertenties